<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom" xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/" xmlns:g-custom="http://base.google.com/cns/1.0" xmlns:media="http://search.yahoo.com/mrss/" version="2.0">
  <channel>
    <title>Nieuws over wetenschap</title>
    <link>https://www.bostekstcommunicatie.nl</link>
    <description>Lees mijn laatste publicaties over de life sciences, medische wetenschap, techniek, biologie en de watersector.</description>
    <atom:link href="https://www.bostekstcommunicatie.nl/feed/rss2" type="application/rss+xml" rel="self" />
    <item>
      <title>Geen vierkante ogen, wél een bijziend kind door te veel schermtijd</title>
      <link>https://www.bostekstcommunicatie.nl/geen-vierkante-ogen-wel-een-bijziend-kind-door-te-veel-schermtijd</link>
      <description />
      <content:encoded>&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Wat doet overmatig beeldschermgebruik met de ontwikkeling van jonge kinderen? Is er een grens aan te wijzen vanaf wanneer het schadelijk is? Vragen waar menig ouder met jonge kinderen zich over buigt. Het is een omstreden onderwerp waar nog veel onderzoek naar gedaan moet worden. Toch zijn er wel enkele, zorgwekkende inzichten. 
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Of het nu om de TV, een tablet, laptop of telefoon gaat, ook jonge kinderen kijken steeds meer schermen, alleen of samen met hun ouders. Tegelijkertijd maken jeugdartsen zich met name zorgen over de blootstelling van jonge kinderen aan ‘dichtbijschermen’, zoals smartphones en tablets. Steeds vaker moeten zij kinderen doorverwijzen naar de oogspecialist, omdat er twijfels zijn over het zicht en het kind mogelijk bijziendheid ontwikkelt. Ondanks dat enkele onderzoeken over positieve effecten spreken, zijn er ook steeds meer aanwijzingen dat overmatig beeldschermgebruik negatieve gevolgen kan hebben voor de ontwikkeling van jonge kinderen, zoals de taalontwikkeling, het vermogen om aandacht vast te houden en de sociale vaardigheden. Bovendien lijken steeds meer kinderen bijziend te worden en op jonge leeftijd een bril nodig te hebben.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            ﻿
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Toename beeldschermgebruik
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           In Nederland brengen jonge kinderen (van 9 maanden tot en met 6 jaar) dagelijks gemiddeld 1 uur en 51 minuten door met digitale media, blijkt uit gegevens van 900 huishoudens die meededen aan het Iene Miene Media-onderzoek van Netwerk Mediawijsheid, waar onder andere Hogeschool Windesheim en het Trimbos-instuut bij zijn aangesloten. Zelfs baby’s (tussen 9 maanden tot 1 jaar oud) besteden gemiddeld al anderhalf uur per dag aan 
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="https://netwerkmediawijsheid.nl/wp-content/uploads/2024/03/Netwerk-Mediawijsheid-IeneMieneMedia2024-onderzoek.pdf" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           digitale media
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            . Ze kijken filmpjes, spelen spelletjes, (video)bellen, of luisteren naar verhaaltjes. Peter Nikken, lector jeugd en media bij Windesheim Hogeschool, heeft deze cijfers vergeleken met ruim 30 jaar terug. ´In 1988 keek het gemiddelde kind tussen 3 en 5 jaar zo´n 40 minuten televisie per dag. De schermtijd is sindsdien dus bijna verdrievoudigd.’ En dat is, door de komst van mobiele telefoons, tablets en laptops in de Nederlandse huishoudens, ook weer niet zo verrassend.
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Voordelen
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            Vanaf de leeftijd van 2 jaar kunnen kinderen daadwerkelijk wat leren van het kijken naar filmpjes. Veel filmpjes zijn leerzaam: vooral slow-tv, zoals TikTak of het nostalgische Sesamstraat. ´Educatieve televisieprogramma’s, als Dora, Sesamstraat of het Zandkasteel, kunnen een positieve invloed hebben op de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen van 2 tot 6 jaar. Met name kinderen met een achterstand of met een beperkte opvoedomgeving kunnen baat hebben bij meer kwalitatief hoogstaande educatieve programma’s of filmpjes´, is te lezen in de door jeugdartsen opgestelde
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="https://ajnjeugdartsen.nl/wp-content/uploads/2020/01/Factsheet-beeldschermgebruik-van-dichtbij-2019.pdf" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           factsheet ´beeldschermgebruik van dichtbij´
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           . Ouders worden er relaxter van en dat komt wellicht de opvoeding ten goede. Bovendien pikken veel kinderen de Engelse taal snel op. Hoewel er enkele onderzoeken wel van deze voordelen spreken, zijn er tegelijkertijd ook veel aanwijzingen dat deze schermtijd ten koste gaat van de ontwikkeling van andere, belangrijke vaardigheden.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Interactie-momenten
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            Voor een gezonde, sociale ontwikkeling is het belangrijk dat kinderen voldoende interactie hebben met andere mensen, vooral in de eerste levensjaren. Schermen kunnen deze interactie niet volledig vervangen, zeggen experts. Een grootschalig onderzoek in Australië keek naar de gevolgen van schermgebruik op de taalontwikkeling van jonge kinderen. De Australiërs
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="https://jamanetwork.com/journals/jamapediatrics/fullarticle/2815514" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           volgden 222 huishoudens voor twee jaar lang
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            en maakten daarvoor audio-opnames per halfjaar. De schermtijd werd per gezin bijgehouden, net als de sociale contacten met ouders en andere mensen. Wat bleek: Voor elke minuut dat er een scherm aanstond, sprak een kind vijf woorden minder uit en hoorde het zeven woorden minder van een volwassene die in dezelfde ruimte aanwezig was. Ook liep een kind bij elke minuut schermtijd een ouder-kind interactie mis. De aandacht is dus simpelweg ergens anders, en dat lijkt gevolgen te hebben voor de taalontwikkeling en sociale interacties.
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Bijziendheid
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            Redacteur psyche &amp;amp; brein Kaya Bouma van de Volkskrant stipte in de
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="https://www.volkskrant.nl/podcasts/schermzombies-wat-mobieltjes-en-tablets-doen-met-kleine-kinderen~bca1e0a4/" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           podcastreeks ´Ondertussen in de kosmos´
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            over ´schermzombies´ op 25 november 2024 een andere, grote zorg aan onder wetenschappers. Steeds meer kinderen lijken op vroege leeftijd bijziend te worden. Volgens het Oogfonds hebben 50% van de jongeren in Nederland er last van. De oogbol wordt dan langer en de lichtstralen die het oog binnenvallen komen te snel samen door de sterke brekingsindex. Het brandpunt ligt dan vóór het netvlies. Ook in andere landen zien onderzoekers meer kinderen met deze bijziendheid, ofwel myopie genoemd. Myopie is de snelst toenemende oogafwijking wereldwijd. Vooral in Azië is het probleem groot: 90% van de tieners en jongeren heeft een myopie die gecorrigeerd moet worden. Sommige wetenschappers spreken zelfs van een komende ´myopie epidemie´. 
            &#xD;
        &lt;br/&gt;&#xD;
        
             Is de oorzaak van myopie dan uitsluitend het beeldschermgebruik? Vermoedelijk komt dit ook doordat steeds minder kinderen buitenspelen. Een Engelse onderzoek laat zien dat in 2022 slechts 27 procent van de kinderen regelmatig buiten speelde. Twee generaties terug, van de babyboomers,
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="https://www.savethechildren.org.uk/news/media-centre/press-releases/children-today-62-percent-less-likely-to-play-outside-than-their" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           was dat nog zo´n 80 procent
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           .
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Zonlicht beschermt kinderoog
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            Zonlicht beschermt het oog namelijk tegen het ontwikkelen van bijziendheid. Want door contact met zonlicht komt de neurotransmitter dopamine vrij in het netvlies en de hersenen, wat de normale vorm van het netvlies in standhoudt. Vitamine D, dat het lichaam aanmaakt zodra het in contact komt met zonlicht, zorgt voor versterking van de oogweefsels en een goede traanafgifte. "Voor jongere kinderen van wie de ogen nog in ontwikkeling zijn, helpt tijd doorbrengen in de buitenlucht om overmatige verlenging van de oogbol te voorkomen", zegt de Amerikaanse oogchirurg Chase Ludwig van de Californische Stanford University. Uit grootschalig Chinees literatuuronderzoek bleek verder dat een uur buitenspelen per dag
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC5599950/#aos13403-bib-0056)" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           het risico op myopie verlaagde met 45%
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           .
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Oefenmomenten
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Kaya Bouma benadrukt in de Volkskrant podcast dat genoeg ´oefenmomenten´ voor het oog van belang zijn om bijziendheid te voorkomen. Het oog krijgt pas rust met ver weg kijken, dus nog een reden waarom naar buiten gaan helpt. De leefstijlregel van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid is ´20-20-2´, bij elke 20 minuten dichtbij kijken is het aan te raden het oog rust te geven met 20 seconden ver weg kijken. Overigens geldt dit dus ook bij een boek lezen. De laatste 2 staat voor 2 uur buitenspelen per dag, onafhankelijk van het aantal uren schermtijd. Het is belangrijk om de regel toe te passen vanaf jonge leeftijd tot ongeveer 25 jaar, omdat het oog in die periode groeit, aldus het Oogfonds.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Geen schermtijd onder 2 jaar
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Door de toegenomen bijziendheid hebben steeds meer kinderen al op jonge leeftijd een bril nodig. Maar een bril of contactlenzen lossen dit probleem niet altijd op, vooral niet op de lange termijn, zegt het Oogfonds. Doordat het oog te lang groeit kunnen er op latere leeftijd ernstige oogaandoeningen ontstaan, zoals macula degeneratie of mogelijk zelfs blindheid. Jeugdartsen wijzen ouders daarom ook op de richtlijn van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO): tot 2 jaar zo min mogelijk schermtijd en tot 5 jaar maximaal 1 uur per dag. In de praktijk wordt deze richtlijn dus te weinig aangehouden door ouders, met alle gevolgen van dien. Uit onderzoek onder jonge ouders in Den Haag, op initiatief van een
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="https://epibul.ggdhaaglanden.nl/2024-nr-2/beeldschermgebruik_bij_jonge_kinderen_in_regio_haaglanden#section-4" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           jeugdarts in samenwerking met GGD Haaglanden
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           , blijkt dat ongeveer een op de vier ouders van een baby of dreumes (0 tot 2 jaar) desgevraagd wist wat de geadviseerde schermtijd was voor hun kind. Maar bijna 80 procent van de ouders van jonge kinderen zei ook niet te weten wat de negatieve gevolgen van schermtijd zouden kunnen zijn. Dat is een zorgwekkende conclusie.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Oplossing: landelijke richtlijn?
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            De vraag is dus hoe de negatieve gevolgen van teveel schermtijd moeten worden aangepakt. De Zweedse en Franse overheid hebben afgelopen jaar een advies afgegeven over beeldschermgebruik bij kinderen. In Zweden geldt nu het advies aan jonge ouders: geen schermtijd tot 2 jaar en tieners mogen maximaal 3 uur schermtijd per dag. In Frankrijk raadt een door president Macron ingestelde commissie wetenschappers zelfs tot 3 jaar alle beeldschermen af. In Nederland ontbreken landelijke richtlijnen over beeldschermgebruik bij kinderen. Staatssecretaris Karremans van Jeugd, Preventie en Sport overweegt om ‘waar nodig richtlijnen en adviezen aan te scherpen en op te stellen over gezond schermgebruik’, was te lezen in een
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="https://www.volkskrant.nl/wetenschap/effect-van-schermen-op-kleine-kinderen-experts-maken-zich-zorgen~ba8e8d58/" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           artikel van de Volkskrant op 21 november 2024
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           . Hij wacht eerst de uitkomsten van twee onderzoeken rondom dit onderwerp af.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            Dit artikel
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="https://tw.nl/geen-vierkante-ogen-wel-een-bijziend-kind-door-te-veel-schermtijd/" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           verscheen op 19 maart 2025 in het Technisch Weekblad
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           , in printvorm en online.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;</content:encoded>
      <enclosure url="https://irp.cdn-website.com/6edb0b12/dms3rep/multi/pexels-photo-261895.jpeg" length="213667" type="image/jpeg" />
      <pubDate>Thu, 20 Mar 2025 09:33:35 GMT</pubDate>
      <guid>https://www.bostekstcommunicatie.nl/geen-vierkante-ogen-wel-een-bijziend-kind-door-te-veel-schermtijd</guid>
      <g-custom:tags type="string" />
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/6edb0b12/dms3rep/multi/pexels-photo-261895.jpeg">
        <media:description>thumbnail</media:description>
      </media:content>
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/6edb0b12/dms3rep/multi/pexels-photo-261895.jpeg">
        <media:description>main image</media:description>
      </media:content>
    </item>
    <item>
      <title>Hersenveranderingen bij patiënten met ME/CVS</title>
      <link>https://www.bostekstcommunicatie.nl/hersenveranderingen-bij-patienten-met-me-cvs</link>
      <description />
      <content:encoded>&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Er is nog weinig bekend over mogelijke veranderingen in de hersenen van ME/CVS-patiënten. Onderzoek hiernaar is lastig omdat hersenweefsel van mensen met ME/CVS moeilijk toegankelijk is. De Nederlandse Hersenbank zet een donorprogramma op om onderzoek naar de stressreactie in hersencellen bij ME/CVS mogelijk te maken.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           De ME in ME/CVS, Myalgische Encefalomyelitis, staat voor het 'met spierpijn (myalgie) gepaard gaande ontsteking van het ruggenmerg (myelitis) en/of de hersenen'. Er is echter nog weinig bekend over veranderingen in de hersenen van ME/CVS-patiënten. Daar willen prof. Inge Huitinga en dr. Felipe Correa da Silva van de Universiteit van Amsterdam verandering in brengen. 'We weten nog weinig over wat er gebeurt in de hersenen van ME/CVS patiënten omdat het lastig is om aan hersenweefsel te komen van mensen met ME/CVS. Daarom hebben we vanuit de Nederlandse Hersenbank een donorprogramma opgezet om zo veel mogelijk ME/CVS patiënten te registreren die na hun overlijden hersenweefsel doneren voor wetenschappelijk onderzoek. We werken daarvoor intensief samen met ME/CVS-patiëntenverenigingen', aldus Huitinga.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Hersendonorprogramma 
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Om te weten te komen of veranderingen in de hersenen neurologische symptomen veroorzaken, gaan Huitinga en Correa da Silva het hersenweefsel in detail onderzoeken de komende vier jaar. Huitinga: 'We kijken naar veranderingen in het afweersysteem en afwijkende stressreacties in de hersenen. Ook is het energiemetabolisme in de hersenen mogelijk aangetast. Daarom gaan we in detail naar deze mechanismes kijken.' Door in een hersendonorprogramma hersenweefsel te verzamelen kan nader onderzoek worden gedaan. Dit leidt tot meer kennis over het mechanisme en mogelijk ontstaan van deze ziekte en kan daarmee helpen de diagnose en behandeling te verbeteren, wat relevant is voor patiënten, artsen en onderzoekers.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           'Al eerder registreerden 19 mensen met ME/CVS zich als hersendonor bij de Nederlandse Hersenbank. Sinds de start van het onderzoeksproject in 2023, hebben we daar zo'n 22 nieuwe registraties bij gekregen. Met flyers, een website en artikelen in patiënten magazines willen we de aandacht voor het hersendonorprogramma vragen en zo meer donoren werven. Als meer dan 1.000 mensen met ME/CVS benaderd zijn, zou dit ongeveer 200 donorregistraties moeten opleveren. Want slechts 1 op de 5 mensen schrijft zich ook daadwerkelijk in als hersendonor, blijkt uit ervaring van de Nederlandse Hersenbank. Van 200 hersendonoren met ME/CVS zullen gemiddeld 5 personen per jaar komen te overlijden. Het is belangrijk dat we direct na overlijden toegang hebben tot het hersenweefsel om goed onderzoek te kunnen doen naar opgetreden veranderingen in de hersenen', zegt Huitinga.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Energiefabrieken
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           'Het eerste onderzoek met hersenweefsel, van enkele donoren met ME/CVS, heeft inmiddels plaatsgevonden. We zien verschillen in vergelijking met gezonde hersendonoren. Ook zien we duidelijke veranderingen in hersengebieden die te maken hebben met de aansturing van stressreacties bij mensen met ME/CVS in vergelijking met gezonde hersendonoren. Dit zijn de eerste waarnemingen en we moeten deze nog bevestigen bij meer hersendonoren. Veranderingen in stressreacties kunnen hun weerslag hebben op de energiehuishouding in de cellen. Langdurige stress kan de functie van de energiefabrieken van de cel, de mitochondriën, aantasten. De energieproductie in de hersencel is dan verstoord. Terwijl deze energieproductie belangrijk is voor een goede werking van de zenuwen en de afweer in de hersenen. 
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Om de mitochondriën in de cel te onderzoeken, moeten we het hersenweefsel op een bepaalde manier behandelen en voorbereiden om met een elektronenmicroscoop te kunnen bekijken met een hele hoge vergroting. Zodra we genoeg hersenweefsel tot onze beschikking hebben, kunnen we onderzoeken of de mitochondriën inderdaad zijn aangetast.'
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Neurologische biomarkers
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           'Door het hersenweefsel van donoren met ME/CVS te onderzoeken, hopen we meer kennis te krijgen over de oorzaak van hun neurologische symptomen. Mogelijk ontdekken we neurologische biomarkers die gerelateerd zijn aan de symptomen. De neurologische biomarkers zouden bij kunnen dragen aan het herkennen van de ziekte in een vroeg stadium en dus tot een betere diagnose kunnen leiden. Maar dat is nog wel een lange weg.'
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Ook gezonde hersendonoren nodig
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           'Om ons onderzoek goed uit te kunnen voeren, zijn wel meer hersendonoren nodig, ook van gezonde personen. Gezonde hersendonoren zijn net zo belangrijk voor het doen van goed onderzoek naar ME/CVS. Want ieder stukje hersenweefsel van een donor met ME/CVS moet worden vergeleken met eenzelfde stukje uit hetzelfde gebied van een donor zonder ME/CVS, anders weet je niet wat er verandert. De infrastructuur voor de Nederlandse Hersenbank is anders dan het landelijke donorregister voor transplantatie, daarom hebben we weinig hersenen van gezonde donoren. '
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Erkenning van ME/CVS
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Beide onderzoekers benadrukken dat meer onderzoek naar ME/CVS als hersenziekte gewenst en hoognodig is. Correa da Silva: `Ik geloof dat ons onderzoek gaat bijdragen aan een betere diagnose van ME/CVS en daarom blijf ik gemotiveerd om hieraan te werken.´ Huitinga: `Als hoofd van de Nederlandse Hersenbank vond ik dat hier meer onderzoek naar gedaan moest worden, want de ziekte werd nog lang niet erkend. Tot nu toe zien we genoeg aanleiding om ME/CVS als hersenziekte te zien, dus ik had liever gewild dat we al veel eerder waren gestart met dit onderzoek naar veranderingen in de hersenen bij mensen met ME/CVS.´
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            Deze blog schreef ik voor opdrachtgever ZonMw als onderdeel van de blogreeks voor het onderzoeksprogramma ME/CVS. Dit was de laatste van de reeks,
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="https://www.zonmw.nl/nl/artikel/hersenveranderingen-bij-patienten-met-mecvs" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           gepubliceerd in maart 2025
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           .
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;</content:encoded>
      <enclosure url="https://irp.cdn-website.com/6edb0b12/dms3rep/multi/pexels-photo-4226119.jpeg" length="989109" type="image/jpeg" />
      <pubDate>Thu, 06 Mar 2025 09:46:17 GMT</pubDate>
      <guid>https://www.bostekstcommunicatie.nl/hersenveranderingen-bij-patienten-met-me-cvs</guid>
      <g-custom:tags type="string" />
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/6edb0b12/dms3rep/multi/pexels-photo-4226119.jpeg">
        <media:description>thumbnail</media:description>
      </media:content>
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/6edb0b12/dms3rep/multi/pexels-photo-4226119.jpeg">
        <media:description>main image</media:description>
      </media:content>
    </item>
    <item>
      <title>'Laten we kinderen niet vergeten in onderzoek naar de verstoorde afweer bij ME/CVS'</title>
      <link>https://www.bostekstcommunicatie.nl/laten-we-kinderen-niet-vergeten-in-onderzoek-naar-de-verstoorde-afweer-bij-me-cvs</link>
      <description>Bij de ziekte van ME/CVS lijkt er iets mis te gaan in bepaalde afweercellen. De stofwisseling werkt in de cel niet goed meer. Waardoor zenuwcellen mogelijk minder goed functioneren. Niels Eijkelkamp van het UMC Utrecht onderzoekt de complexe interacties tussen afweer, stofwisseling en zenuwen. Speciale aandacht gaat uit naar kinderen met ME/CVS.</description>
      <content:encoded>&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Bij mensen met ME/CVS lijkt er iets mis te gaan in bepaalde afweercellen. De stofwisseling werkt in de cel niet goed meer. Waardoor zenuwcellen mogelijk minder goed functioneren. Niels Eijkelkamp van het UMC Utrecht onderzoekt de complexe interacties tussen afweer, stofwisseling en zenuwen. Speciale aandacht gaat uit naar kinderen met ME/CVS.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Bij patiënten met ME/CVS zijn er aanwijzingen dat bepaalde processen in specifieke afweercellen, genaamd monocyten, zijn verstoord. Dat zijn belangrijke cellen van het afweersysteem die onder andere betrokken zijn bij de communicatie met zenuwcellen. Ook lijkt het erop dat de energiefabrieken van de cel, mitochondriën genoemd, zijn aangetast in monocyten. De verstoringen in de monocyten kunnen ook weer gevolgen hebben voor zenuwcellen. Deze cellen kunnen daardoor niet meer goed signalen doorgeven. Onderzoeker Niels Eijkelkamp van het UMC Utrecht wil onderzoeken wat er precies misgaat binnenin de monocyten en wat de gevolgen hiervan zijn voor zenuwcellen. Ook wil hij kijken of antistoffen gericht tegen het eigen lichaam, auto-antistoffen, een mogelijke oorzaak zijn van de verstoringen in de monocyten en uiteindelijk ook de ME/CVS symptomen.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Voor een gedeelte van zijn onderzoek werkt Eijkelkamp samen met Jeroen den Dunnen, immunoloog bij het Amsterdam UMC (
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="https://www.zonmw.nl/nl/artikel/blog-zorgen-antistoffen-tegen-het-eigen-lichaam-voor-het-ontstaan-van-mecvs" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           zie ook de blog van Jeroen den Dunnen
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           ). Waar Den Dunnen op zoek gaat naar welke auto-antistoffen de echte boosdoeners zijn bij ME/CVS, wil Eijkelkamp weten hoe de stofwisseling van monocyten precies is aangedaan. Ook kijkt Eijkelkamp hoe de auto-antistoffen de monocyten 'aanvallen'.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           'Zodra we duidelijker in beeld hebben welke mechanismen zijn aangetast, hopen we ook een oorzaak voor de ernstige symptomen van ME/CVS te vinden. Deze kennis kan helpen bij het ontwikkelen van een behandeling voor ME/CVS in de toekomst’, aldus Niels Eijkelkamp. 
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Dataverzameling bij volwassenen én kinderen
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Om meer te weten te komen over de verstoringen in de monocyten en de gevolgen voor de zenuwcellen bij ME/CVS, moet er bloed van ME/CVS patiënten worden verzameld. Het materiaal van volwassen patiënten komt vanuit het Nederlandse ME/CVS Cohort en Biobank consortium (NMCB). ‘Ik vind het belangrijk dat we daarnaast kinderen niet vergeten in onderzoek naar ME/CVS. We weten niet precies hoeveel kinderen er met ME/CVS in Nederland zijn, maar naar schatting gaat het om zo'n 20.000 kinderen. Vaak wordt gedacht dat kinderen kleine volwassenen zijn, maar dat is niet zo. Hun afweersysteem en zenuwstelsel zijn nog in ontwikkeling. Dus het is belangrijk te weten of biologische veranderingen, zoals veranderingen in de mitochondriën, ook aanwezig zijn bij kinderen. Daarom nemen we ook kinderen van 8 tot 18 jaar mee voor ons onderzoek.'
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Subgroepen door bloedbeeld
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           'Na het verzamelen van het bloed gaan we patiënten indelen op basis van hun bloedbeeld. Dit vergemakkelijkt het onderzoek binnen de zeer verschillende groepen patiënten. We kijken dan naar eiwitten in het bloed en naar stoffen met een functie in het afweersysteem. Ook zoeken we naar markers oftewel stoffen die een indicatie geven voor een mogelijke ziekte. Specifiek zoeken we naar stoffen afkomstig van het zenuwstelsel of de afweer, zoals markers die zenuwschade of ontsteking aantonen. Het maken van de subgroepen doen we samen met Jeroen den Dunnen. We hopen op 20 tot 30 patiënten per subgroep uit te komen. Den Dunnen brengt bij deze groepen in kaart welke auto-antistoffen aanwezig zijn. Vervolgens kijken mijn collega’s en ik in het laboratorium bij elke subgroep wat daar precies misgaat in de stofwisseling van de monocyten en wat het gevolg daarvan is.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Binnenin de cel
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           'Wij kijken dus specifiek naar monocyten. Om te weten wat er precies misgaat in de monocyten, gaan we met speciale technieken in het laboratorium dieper in de cel kijken. We gaan metabolieten, kleine stofwisselingsproducten, volgen van begin tot eind in de cel. Verder kijken we ook naar de energiehuishouding van de mitochondriën, want vermoedelijk gaat daar ook iets mis.'
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Antistoffen als mogelijke oorzaak
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Eijkelkamp wil ook onderzoeken wat de verstoring in de monocyten veroorzaakt. Antistoffen gericht tegen de eigen afweercellen spelen mogelijk een rol. Hij onderzoekt hoe deze auto-antistoffen de monocyten aantasten. ‘In het laboratorium gaan we dit onderzoeken door auto-antistoffen van ME/CVS-patiënten toe te voegen aan kweekschaaltjes met afweercellen van gezonde mensen. We gaan dan kijken of auto-antistoffen van ME/CVS patiënten dezelfde veranderingen in de monocyten veroorzaken als bij gezonde mensen.'
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Zenuwcellen
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           We onderzoeken ook of de veranderingen in de monocyten gevolgen hebben voor zenuwcellen (zie ook de kadertekst voor meer informatie). Dit doen we door zenuwcellen te laten groeien in kweekschaaltjes. Vervolgens worden hier de door de auto-antistoffen verstoorde monocyten bij gezet. We kijken dan of de zenuwcellen nog goed functioneren. Ook kijken we of de zenuwcellen nog nieuwe mitochondriën van de monocyten krijgen.´
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Diermodel als laatste stap
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           'Als laatste onderzoeken we of de gevonden verstoringen in monocyten en zenuwcellen ME/CVS symptomen veroorzaken. We moeten hiervoor gebruik maken van diermodellen. De auto-antistoffen worden bij muizen ingebracht. We kijken vervolgens of de monocyten van de muizen worden aangetast en we doen testjes om te onderzoeken of de muizen ME/CVS-symptomen krijgen.'
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Therapie op maat
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           'De resultaten van het onderzoek helpen niet alleen om meer inzicht te geven in de ziekte en de oorzaak van ME/CVS-symptomen, maar kunnen ook bijdragen aan het ontwikkelen van diagnostische testen voor volwassen en specifiek voor kinderen. Zodra we meer kennis hebben van wat er misgaat binnen in de cel, kunnen we wellicht ook denken aan therapieën met supplementen, zoals een behandeling met specifieke metabolieten (stofwisselingsproducten).'
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            Deze blog schreef ik voor opdrachtgever ZonMw en verscheen in uitgebreider vorm
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="/"&gt;&#xD;
      
           op de website van het onderzoeksprogramma ME
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            van subsidieverstrekker ZonMw.
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="https://www.zonmw.nl/nl/artikel/blog-laten-we-kinderen-niet-vergeten-onderzoek-naar-de-verstoorde-afweer-bij-mecvs" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           Bekijk de publicatie van februari 2025
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           .
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;</content:encoded>
      <enclosure url="https://irp.cdn-website.com/6edb0b12/dms3rep/multi/pexels-photo-7505033.jpeg" length="540908" type="image/jpeg" />
      <pubDate>Thu, 20 Feb 2025 09:40:19 GMT</pubDate>
      <guid>https://www.bostekstcommunicatie.nl/laten-we-kinderen-niet-vergeten-in-onderzoek-naar-de-verstoorde-afweer-bij-me-cvs</guid>
      <g-custom:tags type="string" />
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/6edb0b12/dms3rep/multi/pexels-photo-7505033.jpeg">
        <media:description>thumbnail</media:description>
      </media:content>
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/6edb0b12/dms3rep/multi/pexels-photo-7505033.jpeg">
        <media:description>main image</media:description>
      </media:content>
    </item>
    <item>
      <title>De natuur helpt een handje bij de afbraak van bandenslijpsel</title>
      <link>https://www.bostekstcommunicatie.nl/de-natuur-helpt-een-handje-bij-de-afbraak-van-bandenslijpsel</link>
      <description />
      <content:encoded>&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Het milieu raakt steeds meer vervuild met microplastics. Dat slijtage van autobanden de op een na grootste veroorzaker is, is niet bij iedereen bekend. Slijtage van autobanden in het verkeer leidt tot milieuvervuiling van microplastics in bodem, lucht en waterwegen. Dit was een eye-opener voor Bouw- en infrabedrijf Heijmans, dat besloot een onderzoek te starten naar de afbreekbaarheid van deze microplastics uit bandenslijpsel. Met de juiste micro-organismen blijkt bandenslijpsel inderdaad deels afbreekbaar te zijn.
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Er komt jaarlijks door verkeer naar schatting 10.000 ton bandenslijpsel terecht in de bodem, waterwegen en in de lucht (bron: RIVM, CE Delft en TNO). De schadelijke gevolgen van deze emissies door microplastics in het milieu zijn jarenlang onderschat, geven de onderzoeksinstituten aan en ziet ook Heijmans in. Bovendien kunnen verschillende chemische middelen die aan bandenrubber zijn toegevoegd leiden tot gezondheidsrisico’s voor mens en dier.
           &#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
      
           Heijmans doet een oproep aan politiek, wetenschap en industrie om te werken aan potentiële oplossingen. In 2023 startte het bedrijf zelf met het in kaart brengen van oplossingsrichtingen. Al in een vroeg stadium ging de denkrichting uit naar de mogelijkheden van biologische afbraak. Een afstudeeronderzoek verricht door Bastiaan van Stokkom, student milieukunde Avans hogeschool Breda, wees uit dat micro-organismen in de bodem ongeveer 7 procent van het rubber afbraken binnen twee maanden. Een bepaalde bacterie was in staat om zo´n 5 procent van de bandenslijpseldeeltjes af te breken.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Eye-opener
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Jan Willem Burgmans, programmaleider biodiversiteit bij bouw- en infrabedrijf Heijmans, zegt dat ze werden wakker geschud op een symposium in 2022 van TNO. “Bermvervuiling had al geruime tijd de aandacht van ons infrabedrijf. We weten dat heel veel bermen geen riolering kennen om vervuiling te verzamelen en af te voeren naar een zuivering. Het gaat vooral om verbindingswegen en rijkswegen. We weten ook dat de toplaag van die bermen steeds meer vervuild raakt. Toch waren de onderzoeksresultaten over de negatieve impact van bandenslijpsel een eyeopener voor ons. Als makers van de gezonde leefomgeving wilden we daar wat mee. Zeker ook met het oog op de grote infrastructurele bouw-, onderhoud en renovatieopgave die ons komende jaren te wachten staat.”
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Keuze voor schimmel en bacterie
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           In het uitgebrachte onderzoeksrapport in 2024 van Van Stokkom, dat via de website van het bedrijf is op te vragen, is te lezen hoe het onderzoek is uitgevoerd. Samen met Deltares, kennisinstituut voor water en bodem, is een onderzoeksplan gemaakt om de biologische afbraak van bandenslijpsel te testen. Het onderzoek spitste zich in eerste instantie toe op het selecteren van potentieel effectieve bacteriën en schimmels die rubber kunnen afbreken. Uiteindelijk viel de keuze op de bacteriestam Nocardia, die een speciaal enzym uitscheidt dat moleculen in natuurrubber afbreekt, het latex clearing protein (Lcp). Ook werd de schimmel Aspergillus niger apart getest op zijn vermogen om natuurrubber en bandenslijpsel af te breken. Ter vergelijking namen de onderzoekers ook een bodemmonster van met bandenslijpseldeeltjes vervuilde grond mee in de analyse. Deltares stelde laboratoriumfaciliteiten beschikbaar om deze drie verschillende scenario’s te testen. Het experiment liep 60 dagen lang door.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           We ontdekten dat de bacteriestam Nocardia het beste natuurrubber af kan breken.”
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Zuurstofverbruik meten
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Om de biologische afbreekbaarheid te bepalen, werd een bestaand Europees protocol voor de biologische afbreekbaarheid van plastics aangepast in samenwerking met Deltares. In een gesloten proefopzet kon met een respirometer aan de bovenkant van de fles het biologische zuurstofverbruik bepaald worden. Door het theoretisch zuurstofverbruik te vergelijken met het gemeten biologisch zuurstofverbruik, kon er vervolgens een schatting gemaakt worden van de biologische afbraak gedurende 60 dagen. De drukafname in de fles was hierbij leidend.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Afbraak langer meten
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Uiteindelijk bleken de micro-organismen in het grondmonster het meest effectief in het afbreken van het bandenslijpsel: tot maximaal 6,6% was na 60 dagen afgebroken. Bovendien was er een stijgende lijn te zien in de afbraak, en de verwachting is dan ook dat het om een nog grotere afbraak zou gaan als er langer dan 60 dagen gemeten was. “Dit geeft weer hoe de diversiteit aan micro-organismen in de bodem meer verschillende enzymen uitscheiden die elkaar versterken en zo het bandenslijpsel meer volledig af kunnen breken”, aldus Stokkom. De aangetoonde afbraak door de Nocardia-bacterie lag tussen de 2,9% en 5,0% maximaal, met een dalende lijn na 60 dagen. Het afbraakvermogen van de schimmel Aspergillus niger was beperkt. Specialist microbiologie dr. Jan Gerritse, als senior wetenschapper verbonden aan Deltares, is hoopvol gestemd over de eerste onderzoeksresultaten. “We hebben nu gezien dat micro-organismen die in de bodem bandenslijpseldeeltjes tegenkomen, leren om dit gedeeltelijk af te breken. Nu moeten we onderzoeken hoeveel na langere tijd afbreekt, want met die informatie kunnen we aan oplossingen werken.” Vervolgonderzoek moet dus uitwijzen óf en hoever deze percentages verder stijgen bij langdurige blootstelling van de microplastics aan de geteste micro-organismen. Ook moet er meer bekend worden over de interacties tussen de micro-organismen onderling, en wat dit doet met de afbraak.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Advies: zelfreinigende afwateringsgoot
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           De onderzoekers raden een zogenoemde zelfreinigende afwateringsgoot aan. Deze goten vangen het bandenslijpsel af in de berm wanneer deze van de weg afspoelen met het regenwater. In deze goot kan het afstromende water dan gefiltreerd worden waar bandenslijpsel, metalen en oliën zich binden aan het filter. Maar bandenslijpsel biologisch laten afbreken is slechts een deel van de oplossing, concludeert Stokkom in het rapport. Want bandenslijpsel kan ook via emissies als fijnstof in de lucht terechtkomen, of het stroomt van het wegdek richting de bodem of het water. De deeltjes die in de lucht beëindigen breker moeilijker af, en zijn dus schadelijker voor de luchtwegen van mens en dier.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Afvangen aan de bron en duurzamer produceren
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Daarom zijn er alternatieve oplossingen nodig waarnaar gekeken moet worden om emissies te voorkomen, in plaats van de deeltjes achteraf op te ruimen. Het zou dan ook beter zijn om bandenslijpsel af te vangen aan de bron tijdens de productie, door bijvoorbeeld gebruik te maken van het elektrostatische effect van bandenslijpsel. Of om gebruik te maken van duurzame materialen die makkelijker biologisch af te breken zijn, aldus Stokkom. Zo publiceerde Goodyear in 2023 een campagne waarin ze een auto- en vrachtwagenband produceerde, die was gemaakt van 70% hernieuwbare materialen. Ook zouden deze banden minder afhankelijk zijn van de olie-industrie. TNO noemt de ontwikkeling van duurzame autobanden in hun top 5 van meest efficiënte maatregelen tegen de vervuiling van microplastics in het milieu, naast onder andere innovaties in verpakkingsmateriaal en bewust consumeren.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            Dit artikel verscheen als achtergrond premium op de website van
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="https://tw.nl/de-natuur-helpt-een-handje-bij-de-afbraak-van-bandenslijpsel/" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           www.tw.nl
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;</content:encoded>
      <enclosure url="https://irp.cdn-website.com/6edb0b12/dms3rep/multi/pexels-photo-1301410.jpeg" length="481291" type="image/jpeg" />
      <pubDate>Fri, 22 Nov 2024 10:20:36 GMT</pubDate>
      <guid>https://www.bostekstcommunicatie.nl/de-natuur-helpt-een-handje-bij-de-afbraak-van-bandenslijpsel</guid>
      <g-custom:tags type="string" />
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/6edb0b12/dms3rep/multi/pexels-photo-1301410.jpeg">
        <media:description>thumbnail</media:description>
      </media:content>
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/6edb0b12/dms3rep/multi/pexels-photo-1301410.jpeg">
        <media:description>main image</media:description>
      </media:content>
    </item>
    <item>
      <title>Do’s en don’ts bij fytosanitair onderzoek</title>
      <link>https://www.bostekstcommunicatie.nl/dos-en-donts-bij-fytosanitair-onderzoek</link>
      <description />
      <content:encoded>&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Fytosanitair onderzoek moet zieke planten buiten de EU-grenzen houden. De kans op ziekten en plagen in de landbouw en groene ruimte neemt namelijk toe door de wereldwijde handel in planten(materiaal) en het toerisme. Importinspecties, soort specifieke detectiemethoden en biologisch onderzoek moeten de risico’s indammen.
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           De wereldwijde handel in planten en plantaardige producten neemt toe en daarmee ook het risico op plantenziektes. Ziekten en plagen in bijvoorbeeld de landbouw die meeliften met de planten, plantenbestanddelen, via substraat en verpakkingsmateriaal. Sommige planten zijn een risico voor de teelt of het openbaar groen in Nederland, of andere delen van Europa.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Ook door toerisme is er een hoger risico op deze verspreiding van plantenziektes en plagen. Potentieel schadelijke organismen, zoals insecten, virussen, bacteriën en schimmels, kunnen zo de voedselveiligheid in gevaar brengen.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;h2&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
      
           Hygiëne voorop in het fytosanitair onderzoek
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/h2&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Het is belangrijk dat je hygiënisch en kwalitatief goed te werk gaat met plantenmateriaal. Dat houdt het risico van introductie en verspreiding van schadelijke plantpathogene organismen zo laag mogelijk. Het uitgangsmateriaal, planten bestemd voor de consument en groene ruimte, moet vrij zijn van infecties.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Importeurs van plantmateriaal, zoals bloemisten en telers, voorkomen zo dat er verontreinigingen ontstaan in vervolgstappen tijdens het werken met dit materiaal.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;h2&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
      
           Met welke technieken detecteer je schadelijke organismen?
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/h2&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Biologische screening van schadelijke organismen helpt bij het uitvoeren van goed 
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="https://labinsights.nl/artikel/fytosanitair-onderzoek-in-zes-stappen-hoe-werkt-het" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           fytosanitair onderzoek
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           . Het ontwikkelen van efficiënte detectiemethoden voor het opsporen van de schadelijke micro-organismen is daarom onderdeel van fytosanitair onderzoek.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Te denken valt aan een DNA-test als een 
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="https://labinsights.nl/?s=pcr" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           Polymerase Chain Reaction (PCR)
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
            en/of 
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="https://labinsights.nl/artikel/whole-genome-sequencing-kansrijk-voor-voedingsanalyses" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           sequencing
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
            of detectie op basis van eiwitten met een enzyme-linked immunosorbent assay (
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="https://labinsights.nl/artikel/voorraadbeheer-reagentia-en-pipetpunten-tiptop-op-orde-bij-bkd" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           ELISA
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           ). Het gaat er vooral om de gevaarlijke organismen tijdig in beeld te krijgen. Daar zijn dus specifieke detectiemethoden voor nodig vanuit het laboratorium, zoals de stichting 
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="https://labinsights.nl/artikel/voorraadbeheer-reagentia-en-pipetpunten-tiptop-op-orde-bij-bkd" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           Bloembollenkeuringsdienst BKD
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
            in huis heeft.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;h2&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Bestrijding en monitoring in fytosanitair onderzoek
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/h2&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           De 
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="https://www.nvwa.nl/onderwerpen/fytosanitaire-signalering/fytosanitair-inspectieprogramma" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (nVWA)
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
            en de keuringsdiensten voeren een fytosanitair inspectieprogramma uit in alle schakels van de plantaardige productieketens. Met name bij de import van plantmateriaal zijn nauwkeurige inspecties vereist.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           De Nederlandse overheid heeft de internationale plicht om de garantie af te geven dat plantaardige producten op het moment van export voldoen aan de fytosanitaire eisen van het land van bestemming en vrij zijn van schadelijke organismen. Als blijkt dat het plantaardige product in het land van bestemming niet voldoet aan de eisen, dan wordt het product afgekeurd en vernietigd of teruggezonden en ontvangt Nederland een notificatie.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            Meer over fytosanitair onderzoek, do´s en dont´s en tips en valkuilen, zijn te lezen op de website van LabInsights,
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="https://labinsights.nl/artikel/fytosanitair-onderzoek" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           www.labinsights.nl
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        &lt;span&gt;&#xD;
          
             ﻿
            &#xD;
        &lt;/span&gt;&#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;</content:encoded>
      <enclosure url="https://irp.cdn-website.com/6edb0b12/dms3rep/multi/pexels-photo-1055379.jpeg" length="687128" type="image/jpeg" />
      <pubDate>Mon, 18 Nov 2024 10:39:23 GMT</pubDate>
      <guid>https://www.bostekstcommunicatie.nl/dos-en-donts-bij-fytosanitair-onderzoek</guid>
      <g-custom:tags type="string" />
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/6edb0b12/dms3rep/multi/pexels-photo-1055379.jpeg">
        <media:description>thumbnail</media:description>
      </media:content>
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/6edb0b12/dms3rep/multi/pexels-photo-1055379.jpeg">
        <media:description>main image</media:description>
      </media:content>
    </item>
    <item>
      <title>Berucht weerfenomeen Spanje lijkt ergste ramp ooit te worden</title>
      <link>https://www.bostekstcommunicatie.nl/https-www-waterforum-net-48226-berucht-weerfenomeen-in-spanje-lijkt-ergste-ramp-ooit-te-worden</link>
      <description />
      <content:encoded>&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Door extreem noodweer in het Oosten van Spanje is het dodental inmiddels gestegen tot boven de 200. Talrijke mensen zijn nog vermist. Door de overstromingen zijn bruggen, spoorlijnen en wegen weggevaagd in Valencia. De Spaanse premier Pedro Sánchez heeft drie dagen van nationale rouw afgekondigd. De oorzaak ligt bij de botsing van warme lucht van de Middellandse Zee tegen koudere lucht afkomstig van de Atlantische Oceaan, een bekend weerfenomeen.
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Het noodweer in Spanje begon op 28 oktober in de zuidoostelijke provincie Almería. In het plaatsje El Ejído vielen hagelstenen zo groot als golfballen uit de lucht. In Chiva, een dorpje ten westen van de stad Valencia, viel minstens 45 centimeter regen. Meer dan honderd voertuigen en meerdere woningen raakten beschadigd. Het Spaanse persbureau EFE meldt dat het dodental inmiddels is opgelopen naar 205 (op 3 nov), 1.200 mensen zitten nog vast op de wegen rondom Valencia en talrijke worden vermist.
           &#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
      
           De oorzaak van de totale misère is het weerverschijnsel Dana, lokaal ook wel bekend als gota fria. Toch lijkt dit de ernstigste ramp ooit te worden in Oost-Spanje. En nog houden stortregens aan in sommige delen van Andalusië.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
      
           Koudeval
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           De extreme neerslag is het gevolg van gota fria ofwel koudeval, een berucht weerfenomeen dat het zuidoosten van Spanje vaker treft tijdens het herfstseizoen. De warme lucht van de Middellandse Zee botst dan op de koudere luchtinvasie, die afkomstig is vanuit de poolgebieden. Dit leidt tot wat meteorologen vroeger een ”afsluitsysteem” noemden, met lagedrukwaarden die een paar dagen aanhouden en over het betreffende gebied roteren, is te lezen in het nieuwsbericht van de World Meterological Organization. Het had ook gevolgen voor het noodweer in Zuid-Frankrijk begin oktober, en zal steeds vaker voorkomen volgens meteorologen. Volgens meteoroloog Reinier van den Berg spelen ook de bergen in het Spaanse binnenland mee. ´Door de bergrug in het binnenland worden die buien als het ware tegengehouden en groeien ze steeds op dezelfde plek aan. En dan kun je inderdaad een situatie krijgen dat er wel heel veel regen valt´, laat hij weten aan EenVandaag.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
      
           Waarschuwingssystemen
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Van den Berg zegt dat er veel Spanjaarden zijn getroffen die onderweg waren met de auto.´Doordat die wegen in rivieren veranderen, hadden die automobilisten geen kans om nog weg te komen.´ Hij benadrukt daarom het belang van waarschuwingssystemen met kleurcoderingen, dat had in dit geval scherper en eerder gemoeten in Spanje. AEMET is in Spanje de officiële bron van gezaghebbende waarschuwingen en heeft talloze waarschuwingen afgegeven in het kader van het Common Alerting Protocol. Zo was er op 1 november op het hoogste niveau rood alarm van kracht voor de provincie Huelva, in het zuidwestelijke puntje van Spanje dat ook werd getroffen door hevige regenval. Cartaya had bijvoorbeeld 117 liter regenwater per vierkante meter in minder dan 3 uur te verwerken.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
      
           Modderstromen
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Doordat Spanje een land is dat gebieden kent met veel gebergtes, kan het water minder makkelijk weglopen. ´Daar waar je bergen hebt en dus ook beken en rivieren, valt al die zware regen niet alleen boven een beek maar ook in de bergen eromheen dat vervolgens in dezelfde beek terechtkomt. Zo’n beekje kan dan weer een gigantische modderstroom worden´, zegt Van den Berg tegen EenVandaag.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
      
           Omleg rivier Turia na ramp 1957
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           De ramp lijkt de ernstigste te worden sinds het begin van de metingen. De dodelijkste gota fria in de geschiedenis was die in 1957, meldt de Volkskrant. Toen vielen volgens de officiële cijfers zeker 81 doden (volgens de Spaanse wikipediapagina) te betreuren, hoewel het werkelijke aantal mogelijk veel hoger lag. Die overstroming was aanleiding voor de Spaanse overheid om de rivier de Turia om te leggen, zodat ze niet meer door het centrum van de stad Valencia zou stromen. Dankzij deze eerdere beslissing bleef de schade beperkt in Valencia zelf bij deze nieuwe ramp.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            Dit artikel verscheen als een van de 9 actuele nieuwsberichten van de wekelijkse nieuwsbrief Waterforum, voor de watersector, op
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="https://www.waterforum.net/48226-berucht-weerfenomeen-in-spanje-lijkt-ergste-ramp-ooit-te-worden/" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           www.waterforum.net
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            Elke 3 weken maak ik deze nieuwsbrief. Kijk voor al mijn artikelen in
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="https://www.waterforum.net/author/ilse-bos/" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           het portfolio van Waterforum
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    
          .
         &#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;</content:encoded>
      <enclosure url="https://irp.cdn-website.com/6edb0b12/dms3rep/multi/pexels-photo-1250672.jpeg" length="398718" type="image/jpeg" />
      <pubDate>Sun, 03 Nov 2024 11:06:42 GMT</pubDate>
      <guid>https://www.bostekstcommunicatie.nl/https-www-waterforum-net-48226-berucht-weerfenomeen-in-spanje-lijkt-ergste-ramp-ooit-te-worden</guid>
      <g-custom:tags type="string" />
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/6edb0b12/dms3rep/multi/pexels-photo-1250672.jpeg">
        <media:description>thumbnail</media:description>
      </media:content>
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/6edb0b12/dms3rep/multi/pexels-photo-1250672.jpeg">
        <media:description>main image</media:description>
      </media:content>
    </item>
    <item>
      <title>Een warme douche zonder aardgas in Gorinchem</title>
      <link>https://www.bostekstcommunicatie.nl/een-warme-douche-zonder-aardgas-in-gorinchem</link>
      <description>Steeds meer bestaande woningen worden aangesloten op warmtenetten als alternatief van aardgas. Die warmte kan zelfs afkomstig zijn van opgewarmd gezuiverd rioolwater.</description>
      <content:encoded>&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Steeds meer bestaande woningen worden aangesloten op warmtenetten als alternatief van aardgas. Die warmte kan zelfs afkomstig zijn van opgewarmd gezuiverd rioolwater, dat normaal geloosd wordt op de rivier. In Gorinchem ontvangen meer dan 2.500 woningen straks hun warmte op deze manier. Op termijn moet ook het oppervlaktewater van de nabijgelegen Merwede dienen als warmtebron.
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           We zitten er middenin: de energietransitie. Aardgasvrij Nederland is nog een hele uitdaging, maar wel een grote noodzaak. De afspraak in het Klimaatakkoord is dat 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen van het aardgas af zijn in 2050. Een goed alternatief voor gas is een warmtenet ofwel stadsverwarming. De eerste stap is de koppeling van 1,2 miljoen woningen aan een warmtenet voor 2030.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Er bestaan al decennialang warmtenetten in Nederland. Met de bouw van nieuwe cogeneratie-elektriciteitscentrales (warmte/krachtkoppeling) ging de energie-efficiëntie flink omhoog, en kwam warm water beschikbaar. Zo ook bij afvalverbrandingsinstallaties. Veel stadsverwarmingsleidingen en aansluitingen waren daarvan afhankelijk. Zo´n 400.000 woningen werden op die manier op warmtenetten aangesloten tot 2019. Inmiddels is er een nieuwe generatie van warmtenetten ontstaan, die draaien op duurzame warmte uit biomassa, aardwarmte, oppervlaktewater (aquathermie of TEO, Thermische Energie uit Oppervlaktewater) en zelfs uit afvalwater (TEA, Thermische Energie uit Afvalwater). Laatstgenoemde is het geval in de Gildenwijk in Gorinchem, waar het publieke energie- en afvalbedrijf HVC verantwoordelijk is voor de aanleg van het warmtenet.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;h2&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Warmte uit rioolwater
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/h2&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Energie halen uit rioolwater is een bijzondere manier om warmte te winnen. In Gorinchem dus wordt hier volop aan gewerkt en zijn inmiddels 500 woningen aangesloten op het warmtenet. Woningcorporatie Poort6 en de gemeente wilden de Gorinchemse Gildenwijk verduurzamen en uit verschillende analyses kwam een warmtenet als beste oplossing uit de bus. Totdat de ontwikkeling van de warmtebron gereed is, krijgen de reeds aangesloten woningen warmte van een tijdelijk warmtestation. Straks wordt de warmte direct gewonnen uit de waterzuiveringsinstallatie van Waterschap Rivierenland. Het project is gestart in 2019 door Poort6, in samenwerking met HVC dus, en daarnaast met netbeheerder Stedin, waterschap Rivierenland, de gemeente en provincie.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;h2&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Verloren warmte benutten
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/h2&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Voor het warmtenet wordt duurzame warmte gebruikt uit gezuiverd water. Betrokken gebiedsmanager Cees Wagemaker van HVC legt uit hoe dit werkt. “We gaan rioolwater gebruiken om warmte uit te winnen, dit is water van het waterschap en in de toekomst mogelijk ook van rivieren. De rioolwaterzuivering (rwzi) in Schelluinen van waterschap Rivierenland vangt dit rioolwater uit de Gildenwijk op en zuivert dit. De ‘restwarmte’ vanuit het gezuiverde rioolwater wordt vervolgens gewonnen en opgewaardeerd, waardoor het geschikt wordt voor het warmtenet. Op deze manier komt bijvoorbeeld de warmte van gebruikt douchewater weer terug voor warmte in de woning. Op dit moment wordt de energie van het gezuiverde water vanuit de rwzi via een grote leiding geloosd op de Merwede rivier. We gaan deze energie dus nuttig gebruiken om woningen en gebouwen in de Gildenwijk mee te verwarmen”, vertelt Wagemaker.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Om de warmte in de woningen te krijgen heeft HVC in de afgelopen twee jaar in de Gildenwijk een netwerk van ondergrondse warmteleidingen aangelegd waarop in de eerste fase 1.000 woningen op aangesloten worden. Tegelijkertijd wordt ook een warmtestation gebouwd, naast de leiding van rwzi Schelluinen en naast het kanaal van Steenenhoek, zodat op termijn ook uit oppervlaktewater warmte teruggewonnen kan worden. Eind maart is de bouw van het warmtestation gestart. De verwachting is dat dit warmtestation eind 2025 in gebruik wordt genomen.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;h2&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
      
           Warmtestation
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/h2&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Voor de bouw van de installaties van het warmtestation startte HVC een detailengineering. Het gaat om een warmtepompinstallatie van 2,5 MW, een enorme warmtepomp die de woningen jaarrond van warmte moet voorzien vanuit het warmtenet. Om altijd te garanderen dat er warmte kan worden geleverd, zorgt een tweede installatie voor extra warmte. Uiteindelijk is het de wens om ook deze installatie te vervangen voor een duurzamer alternatief. 
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;h2&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
      
           Goede isolatie
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/h2&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           De Gildenwijk in Gorinchem werd geschikt geacht voor een warmtenet, omdat de wijk uit veel hoogbouw bestaat met een centrale verwarmingsinstallatie. Bovendien gaat het om relatief oude woningen uit de jaren 60 en 70. Wagemaker: “Dat betekende wel dat er eerst isolatiemaatregelen nodig waren in de flats. Enkel glas werkt niet. Want om warmte efficiënt te benutten vanuit het warmtenet in de woningen, middels een warmtepomp, moeten woningen minimaal geschikt zijn voor de lagere temperaturen”, zegt Wagemaker. De meeste woningen zijn inmiddels door Poort6 gerenoveerd en hebben nu een label B of hoger zoals A++. Verder zijn er ook enkele nieuwbouwcomplexen.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;h2&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Draagvlak
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/h2&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           “Een uitdaging in het project is de draagvlak behouden onder bewoners. Poort6 moet in elk complex instemming ophalen. Pas als 70% van de huurders instemt, kunnen de plannen doorgaan. In het eerste complex bijvoorbeeld ging het om een volledige renovatie van de binnen- en buitenkant van het gebouw. Maar er zijn ook complexen waar alleen de gasaansluiting wordt verwijderd en bewoners elektrisch gaan koken. Voor deze bewoners worden kookworkshops georganiseerd, zodat ze kunnen wennen aan het koken op inductie”, licht Wagemaker toe.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;h2&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
      
           Startmotor Gorinchem
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/h2&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Uiteindelijk hoopt Wagemaker de leerervaringen uit Gorinchem mee te nemen bij de aanleg van nieuwe warmtenetten op andere locaties. “Deze eerste fase hebben we als startmotor veel kennis opgebouwd, zodat we straks versneld meer woningen kunnen aansluiten. De Subsidie Aardgasvrijhuurwoning (SAH) heeft ons in 2020 geholpen bij de start van het project, vervolgens heeft het Nationaal Groeifonds van 18,7 miljoen euro geholpen versneld de tweede fase te starten. Zonder deze subsidie waren we aangewezen op de WIS.”
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Het startcluster bestond uit 1.000 woningen en het stadhuis verduurzamen door aan te sluiten op het warmtenet. Vanaf 2025 moet de verdere uitrol van het warmtenet plaats gaan vinden, met in totaal meer dan 2000 woningen. Plannen hiervoor zijn afgelopen jaar door HVC, woningcorporatie Poort6 en gemeente Gorinchem uitgewerkt. En niet voor niets: de verwachting is dat met het warmtenet alleen al in Gorinchem meer dan 1 miljoen m3 aardgas per jaar bespaard wordt.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;h2&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Over HVC
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/h2&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           HVC is een publiek bedrijf en heeft 52 gemeenten en 8 waterschappen als aandeelhouders. Ook de gemeente Gorinchem is aandeelhouder. Samen met de andere aandeelhouders zien zij er op toe welke keuzes HVC maakt. HVC ontving in 2023 een subsidie vanuit het Nationaal Groeifonds, ter waarde van 18,7 miljoen euro, voor verdere investering in uitbreiding van het warmtenet. Dankzij deze subsidie van de Rijksoverheid wordt het warmtenet uitgebreid naar andere wijken in Gorinchem, namelijk Stalkaarsen en de Haarwijk.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;h2&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Wet- en regelgeving warmtenet
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/h2&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Er zijn veel landelijke ontwikkelingen omtrent wet- en regelgeving en subsidieregelingen voor duurzame warmtenetten, die het ook voor gemeentes aantrekkelijker maken een warmtenet aan te leggen. Bij deze 3 uitgelicht:
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;ol&gt;&#xD;
    &lt;li&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            In 2022 heeft de toenmalige minister voor Klimaat en Energie al aangegeven voornemens te zijn te besluiten dat in de Wet collectieve warmte (Wcw), de opvolger van de huidige Warmtewet, warmtenetten bij voorkeur integraal, maar in ieder geval grotendeels publiek moeten zijn. Eind 2023 heeft het demissionaire kabinet met deze Wcw ingestemd, en volgt verdere besluitvorming daarover in 2024.
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/li&gt;&#xD;
    &lt;li&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            Een tweede, belangrijke wet is de Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie. Deze wet geeft de gemeente de mogelijkheid om uiteindelijk een einddatum voor het leveren van aardgas in wijken vast te leggen. Dit betekent dat in een dergelijke wijk een alternatieve energiebron georganiseerd moet worden, bijvoorbeeld een warmtepomp of als het haalbaar is een collectieve oplossing zoals een warmtenet.
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/li&gt;&#xD;
    &lt;li&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            Een derde, landelijke ontwikkeling was de eerste openstelling van de Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS) in 2023. De overheid stelt jaarlijks 400 miljoen euro beschikbaar voor de aanleg van een efficiënt warmtenet voor kleinverbruikersaansluitingen (kleiner dan of gelijk aan 100kW) in bestaande woningen of gebouwen. Dit wordt een structurele regeling die tot 2030 bedoeld is om voor warmtebedrijven de onrendabele top in een warmtenet-investering te bekostigen.
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/li&gt;&#xD;
  &lt;/ol&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            ﻿
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            Dit artikel verscheen als achtergrond premium op de website van het Technisch Weekblad,
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="https://tw.nl/een-warme-douche-zonder-aardgas-in-gorinchem-halen-ze-restwarmte-uit-gezuiverd-rioolwater/" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           www.tw.nl
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;</content:encoded>
      <enclosure url="https://irp.cdn-website.com/6edb0b12/dms3rep/multi/shower-shower-head-water-drop-of-water-161502.jpeg" length="291315" type="image/jpeg" />
      <pubDate>Thu, 31 Oct 2024 10:32:40 GMT</pubDate>
      <guid>https://www.bostekstcommunicatie.nl/een-warme-douche-zonder-aardgas-in-gorinchem</guid>
      <g-custom:tags type="string" />
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/6edb0b12/dms3rep/multi/shower-shower-head-water-drop-of-water-161502.jpeg">
        <media:description>thumbnail</media:description>
      </media:content>
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/6edb0b12/dms3rep/multi/shower-shower-head-water-drop-of-water-161502.jpeg">
        <media:description>main image</media:description>
      </media:content>
    </item>
    <item>
      <title>Leren van postinfectieuze aandoeningen om ME/CVS te begrijpen</title>
      <link>https://www.bostekstcommunicatie.nl/leren-van-postinfectieuze-aandoeningen-om-me-cvs-te-begrijpen</link>
      <description>Patiënten met ME/CVS hebben vaak dezelfde klachten als mensen met andere postinfectieuze aandoeningen, zoals post-COVID, Q-koortsvermoeidheidssyndroom of de ziekte van Lyme. Daarom is het slim om ook naar deze ziektebeelden te kijken als we ME/CVS beter willen begrijpen.</description>
      <content:encoded>&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Patiënten met ME/CVS hebben vaak dezelfde klachten als mensen met andere postinfectieuze aandoeningen, zoals post-COVID, Q-koortsvermoeidheidssyndroom of de ziekte van Lyme. Daarom is het slim om ook naar deze ziektebeelden te kijken als we ME/CVS beter willen begrijpen, zegt Ruud Raijmakers van het Radboud Universitair Medisch Centrum (Radboudumc). Samen de krachten bundelen voor een betere diagnose én uiteindelijk een effectieve behandeling voor ME/CVS, dát is zijn wens.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Volgens sommige onderzoekers delen patiënten met de ziekte ME/CVS een combinatie van symptomen met een aantal andere aandoeningen. De klachten lijken namelijk veel op aandoeningen die ontstaan na een infectie (postinfectieus) zoals de ziekte van Lyme, Q-koortsvermoeidheidssyndroom (QVS) of post-COVID. Dit fenomeen wordt ook wel een Post Acuut Infectieus Syndroom (PAIS) genoemd. Als we meer weten over de lichamelijke oorzaken van deze ziektes, geeft dat ook hoop op een betere diagnose en mogelijk een behandeling in de toekomst. 
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Veel onderzoekers werken nu apart aan deze ziektebeelden om de oorzaken van de klachten te achterhalen. ‘En dat is zonde’, vertelt Ruud Raijmakers van het Radboudumc in deze blog. Daarom gaat hij onderzoek doen binnen het door ZonMw gefinancierde project ‘
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="https://projecten.zonmw.nl/nl/project/een-neurobiologische-en-immunologische-vergelijking-van-mecvs-en-pivs" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           Een neurobiologische en immunologische vergelijking van ME/CVS en PAIS
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           ’.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;h5&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Meer erkenning
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/h5&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Ruud Raijmakers: ‘Onderzoek aanhoudende klachten is altijd het ondergeschoven kindje geweest. Uitbraken van infectieziekten zoals Q-koorts krijgen wel even de aandacht, maar na een tijdje worden patiënten die langdurig klachten houden toch weer vergeten. Dit is zeer onterecht. Deze aandoeningen verdienen het om goed te worden onderzocht zodat we verder kunnen zoeken naar een goede behandeling van deze zeer beperkende ziektebeelden.’
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Patiënt is betrokken
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           ‘Om ook te leren van de ervaringen van patiënten zelf, is een patiëntenteam intensief betrokken bij alle fasen van het onderzoek. Het team is aanwezig bij de onderzoeksoverleggen en mag meedenken met het onderzoek. Dat is heel waardevol, want zij weten meer van wat er leeft bij patiënten op andere gebieden. Wij hebben alleen de medische kennis in huis.’
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Aandacht voor post-COVID benutten
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           ‘Het is nu tijd om de kennis die is opgedaan met PAIS door te trekken naar andere ziektebeelden, zoals dus ME/CVS. De huidige belangstelling voor post-COVID kunnen we benutten om ME/CVS weer onder de aandacht te brengen. De symptomen van deze ziektes liggen erg dicht bij elkaar, zoals het verergeren van de klachten na inspanning (PEM) en het onvermogen om energie op te brengen voor dagelijkse taken. We denken dat deze oorzaak ligt in abnormaal gedrag van het immuunsysteem en de stofwisseling. Zeker weten doen we dat pas als we genoeg patiënten hebben om bijvoorbeeld bloedbepalingen bij te doen. Dat doen we dan bij verschillende postinfectieuze ziektebeelden, om de resultaten te vergelijken met wat we zien bij ME/CVS-patiënten. Die informatie over patiënten krijgen we van een grote databank met beschikbare gegevens van patiënten met ME/CVS. De databank is opgezet door het Nederlandse ME/CVS Cohort en Biobank consortium, waarmee we straks ook de onderzoeksresultaten zullen delen.’
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            Lees meer in het artikel op
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="https://www.zonmw.nl/nl/artikel/blog-leren-van-postinfectieuze-aandoeningen-om-mecvs-te-begrijpen" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           de website van ZonMw
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            , dat ik schreef als onderdeel van een blogreeks vanuit de onderzoekers naar ME/CVS binnen het
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="https://www.zonmw.nl/nl/programma/onderzoeksprogramma-mecvs" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           onderzoeksprogramma ME/CVS
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           .
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            ﻿
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;</content:encoded>
      <enclosure url="https://irp.cdn-website.com/6edb0b12/dms3rep/multi/medic_hospital_laboratory_medical.jpg" length="86647" type="image/jpeg" />
      <pubDate>Fri, 08 Mar 2024 15:23:52 GMT</pubDate>
      <guid>https://www.bostekstcommunicatie.nl/leren-van-postinfectieuze-aandoeningen-om-me-cvs-te-begrijpen</guid>
      <g-custom:tags type="string" />
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/6edb0b12/dms3rep/multi/medic_hospital_laboratory_medical.jpg">
        <media:description>thumbnail</media:description>
      </media:content>
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/6edb0b12/dms3rep/multi/medic_hospital_laboratory_medical.jpg">
        <media:description>main image</media:description>
      </media:content>
    </item>
    <item>
      <title>ME/CVS beter begrijpen door klachten na inspanning te volgen</title>
      <link>https://www.bostekstcommunicatie.nl/me-cvs-beter-begrijpen-door-klachten-na-inspanning-te-volgen</link>
      <description />
      <content:encoded>&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Bij veel aandoeningen heeft bewegen een positief effect, maar bij mensen met de ziekte ME/CVS is er iets bijzonders aan de hand. Bij hen leidt inspanning tot een verergering van de ME/CVS-klachten. Waarom dit zo is, is nog onduidelijk. Daarom gaan Inge Zijdewind en Leda Maffei, onderzoekers van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG), dit onderzoeken.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Mensen met de ziekte ME/CVS hebben klachten die afwijken van andere ziektes met vergelijkbare symptomen zoals auto-immuunziektes. Om de diagnose ME/CVS te krijgen, moet er niet alleen sprake zijn van chronische vermoeidheid, maar ook een verergering van de klachten na cognitieve of fysieke inspanning – ook wel post-exertionele malaise (PEM) genoemd. Er treedt vertraagd of geen herstel op.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Hoe erg de klachten zijn, verschilt per persoon. Wat we al weten, is dat verschillende orgaansystemen ontregeld zijn bij de ziekte ME/CVS. Welke dat zijn en welke oorzaken meespelen, willen Inge Zijdewind en Leda Maffei gaan onderzoeken de komende jaren. 
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           Dat doen ze binnen het door ZonMw gefinancierde project ‘
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;a href="https://projecten.zonmw.nl/nl/project/post-exertional-malaise-een-startpunt-om-mecvs-te-bestuderen-en-te-begrijpen" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           Post-exertionele malaise”, een startpunt om ME/CVS te bestuderen en te begrijpen
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           ’. De resultaten van het onderzoek moeten helpen te begrijpen welk effect verschillende activiteiten hebben en hoe deze de klachten kunnen verergeren.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Veel klachten van verschillende organen
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Inge Zijdewind vertelt: ‘Wat we tot nu toe weten, is dat de ziekte de werking van verschillende organen in het lichaam aantast en dat niet bij elke patiënt een gelijk klachtenpatroon optreedt. Bij veel patiënten met ME/CVS neemt bijvoorbeeld de hartfrequentie sterk toe bij het opstaan. Ook zien we dat veel mensen last hebben van spierklachten of van ‘
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           hersenmist’, ofwel ‘
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;a href="https://www.hersenletsel-uitleg.nl/gevolgen/cognitieve-gevolgen/brain-fog-hersenmist" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           brainfog’
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           . Daarom willen we de klachten van verschillende orgaansystemen in het lichaam meten. Zo willen we het verband tussen de klachten in de orgaansystemen bij verschillende patiënten met PEM in kaart brengen en verder begrijpen.’
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Van start met 50 patiënten
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           ‘We beginnen het onderzoek in april 2024 met 100 proefpersonen, waarvan 50 patiënten en 50 personen als controle met een gelijke levensstijl. We vragen hen om 2 keer langs te komen, voor elk 2 aansluitende dagen met experimenten. Op dag 1 doen we bloedafnames en zijn er inspannende activiteiten, zowel lichamelijk als mentaal. Ook vragen we deelnemers vragenlijsten in te vullen over hun klachten. 
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           'De eventuele klachten van vermoeidheid, en de lichamelijke en mentale gezondheid van de deelnemers meten we ook weer op de volgende dag. We meten daarvoor onder andere bloeddruk, aansturing en doorbloeding van spieren, en ook het vermogen om de aandacht en concentratie te richten op een bepaalde taak. Alle metingen van dag 2 (als de ME/CVS-klachten zijn toegenomen) vergelijken we dan met dag 1. Opnieuw bloed afnemen is ook belangrijk om te meten of er andere stoffen in het bloed aanwezig zijn dan de dag ervoor. 
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           ‘Een maand later herhalen we de 2 experimentdagen, maar dan worden de taken uitgevoerd in een MRI-scanner. Hierbij kijken we naar de doorbloeding in verschillende hersengebieden die betrokken zijn bij het uitvoeren van diverse taken. We vergelijken de doorbloeding in deze hersengebieden op de tweede dag met de eerste dag. Met onze onderzoeksopzet kunnen we veranderingen in verschillende orgaansystemen van het lichaam meten na een inspannende taak, en deze in verband brengen met de verandering van symptomen van PEM.’
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            Lees verder op
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="https://www.zonmw.nl/nl/artikel/blog-mecvs-beter-begrijpen-door-klachten-na-inspanning-te-volgen" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           de website van ZonMw
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            , waar ik het artikel voor schreef als onderdeel van een blogreeks vanuit de onderzoekers van het
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="https://www.zonmw.nl/nl/programma/onderzoeksprogramma-mecvs" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           ME/CVS onderzoeksprogramma
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            .
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;</content:encoded>
      <enclosure url="https://irp.cdn-website.com/6edb0b12/dms3rep/multi/fitness_treadmill_running_957115.jpg" length="147742" type="image/jpeg" />
      <pubDate>Thu, 01 Feb 2024 15:05:51 GMT</pubDate>
      <guid>https://www.bostekstcommunicatie.nl/me-cvs-beter-begrijpen-door-klachten-na-inspanning-te-volgen</guid>
      <g-custom:tags type="string" />
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/6edb0b12/dms3rep/multi/fitness_treadmill_running_957115.jpg">
        <media:description>thumbnail</media:description>
      </media:content>
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/6edb0b12/dms3rep/multi/fitness_treadmill_running_957115.jpg">
        <media:description>main image</media:description>
      </media:content>
    </item>
    <item>
      <title>MALDI-TOF-spectra en AI voorspellen bacteriële resistentie</title>
      <link>https://www.bostekstcommunicatie.nl/maldi-tof-spectra-en-ai-voorspellen-bacteriele-resistentie</link>
      <description />
      <content:encoded>&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;h3&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           We moeten sneller weten op welk antibioticum een patiënt reageert, vinden onderzoekers van de UGent. MALDI-TOF, bioinformatica en machine learning vormen het antwoord. ‘We moeten heel veel meten en een enorme dataset aanleggen.’
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/h3&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;&#xD;
&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            ‘Zodra een patiënt met een bacteriële infectie het ziekenhuis betreedt, wil de arts vooral weten met welk antibioticum hij die moet behandelen’, zegt Piet Cools, hoofdonderzoeker bij de vakgroep Diagnostische Wetenschappen van de Universiteit Gent, in
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="https://www.sciencelink.net/nieuws-and-verdieping/maldi-tof-spectra-en-ai-voorspellen-bacteriele-resistentie/20361.article" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           vakblad C2W
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           . ‘De bacteriesoort zelf is minder relevant.’ Maar voordat bekend is welk antibioticum de infectie effectief te lijf kan gaan, zijn er soms wel drie dagen verstreken. Artsen gebruiken daarvoor namelijk een antibiogram om de juiste behandeling te bepalen. Dat is een betrouwbare methode waarmee je een bacterie-isolaat, een zuivere cultuur van een bacteriekolonie, blootstelt aan verschillende antibiotica om te zien welke daarvan de groei remmen.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Helaas is een antibiogram dus wel een langzame methode. Bovendien kijkt de arts slechts naar een beperkt aantal relevante antibiotica. ‘Daarom willen we toe naar een zelflerend systeem met gegevens van meerdere bacteriën en hun antibioticagevoeligheden, om zo vooraf te voorspellen wat de beste behandeling is voor de patiënt’, stelt Cools.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Om te weten met welke bacterie een patiënt geïnfecteerd is, gebruiken diagnostische laboratoria de ionisatietechniek Matrix-Assisted Laser Desorption/Ionisation (MALDI) in combinatie met massascheiding op basis van Time-of-Flight massaspectrometrie (TOF-MS). Deze methode maakt onderscheid in massa van bacteriële peptides op basis van de snelheid die ze, in de vorm van ionen, afleggen naar een detector. Het uitgangssignaal is een massaspectrum dat uniek is voor elke bacteriesoort. De pieken in de massaspectra geven de hoeveelheid van de aanwezige peptides aan, waarvan alleen de hoge pieken doorgaans in de databanken terechtkomen als ‘vingerafdruk’ voor elke bacteriesoort.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           De andere peptides, die in lagere concentraties aanwezig zijn, laat men weg uit de spectra na identificatie met MALDI-TOF. Een gemiste kans, vindt Nick Versmessen, promovendus in de groep van Cools. ‘Het innovatieve van ons project is, dat we ook deze kleine pieken proberen mee te nemen om meer verschillen te ontdekken in de eiwitpatronen. We komen dan op het niveau van bacteriestammen, dat zijn subtypes binnen een bacteriesoort. Zo hebben we de complete informatie van elke bacteriesoort om te analyseren en uiteindelijk tot een goed algoritme te komen dat antibioticaresistentie voorspelt.’
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;h3&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Genomic sequencing
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/h3&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           De eiwitpatronen alleen zullen niet genoeg zijn om antibioticaresistentie te voorspellen. Versmessen: ‘We gaan niet alle patronen terugvinden in de massaspectra, omdat sommige resistentiegenen simpelweg niet aan staan en er dus geen eiwit van aanwezig is in de bacterie op het moment van MALDI-TOF. Die genen komen pas in transcriptie op het moment van blootstelling aan bepaalde antibiotica. Verder kunnen ook suikerketens en lipiden een rol spelen in resistentiemechanismes. Vandaar dat we dus ook genomic sequencing meenemen om de bijbehorende resistentiegenen te achterhalen. De eiwitpatronen moeten we achteraf met MALDI-TOF verkrijgen na blootstelling aan de betreffende antibiotica.’
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Versmessen werkt aan een proof-of-concept met vijftig bacteriestammen van E. coli waarvan hij inmiddels het totale genoom in kaart heeft gebracht. Een volgende stap is het zoeken naar resistentiegenen via markers in de DNA-sequenties. ‘Er was nog geen protocol voor het in kaart brengen en analyseren van zo’n groot aantal genomen’, vertelt hij. ‘In samenwerking met de Hogeschool West-Vlaanderen hebben we daarom een protocol ontwikkeld voor de sequencetechniek Oxford Nanopore Sequencing. De genetische informatie gaan we met genomic assembly ordenen tot clusters. Dat doen we met de bioinformatica tool Flye om zo beter op zoek te gaan naar de resistentiegenen.’
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           In het lab controleert Versmessen met antibiogrammen vervolgens de antibioticagevoeligheid. ‘Met de bacteriën op kweek, blootgesteld aan zestien antibiotica, weet ik de antibioticagevoeligheid van elke stam. Een eerste resultaat is dat die gevoeligheid in de meeste gevallen, ongeveer 90%, overeenkomt met de gevonden resistentiegenen.’
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;h3&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Enorme berg data
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/h3&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Versmessen krijgt enorme hoeveelheden data te verwerken. ‘Die duizenden bestanden kun je niet manueel verwerken. Daar biedt de bioinformatica en machine learning uitkomst. We ontwikkelen een bioinformaticapijplijn in samenwerking met de Hogeschool West-Vlaanderen.’
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Van algoritmes ontwikkelen op basis van massaspectra weet Sven Degroeve, hoogleraar machine learning aan de Universiteit Gent en staff scientist bij het VIB, alles af. Hij werkt op dit onderwerp samen met de groep van Cools. ‘We willen zo snel mogelijk van de massaspectra naar het resistentiepatroon. De gelijkenis tussen eiwitpatronen is belangrijk om een databank aan te kunnen leggen van bacteriestammen. Met clusters op genetische eigenschappen kunnen we een ordening aanbrengen op bacteriestamniveau.’
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Het uiteindelijke doel is dus om op basis van de MALDI-TOF-spectra het te verwachten resistentiepatroon te voorspellen. Degroeve: ‘We zullen hiervoor twee benaderingen volgen. De eerste is op het niveau van unsupervised learning. Zodra we een robuuste en reproduceerbare metriek hebben gevonden om het verschil tussen twee spectra te bepalen, kunnen we verder. Spectra clusteren we zo dat bacteriën die tot dezelfde stam behoren in hetzelfde cluster terechtkomen. Voor elk cluster bepalen we dan het resistentiepatroon.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Bij een nieuw geanalyseerd massaspectrum dat binnen een van deze clusters valt, weten we welke bijbehorende antibiotica we toe moeten dienen. Maar, als we een spectrum tegenkomen dat ver weg ligt van de bekende clusters in ons model, hebben we te maken met een nieuwe bacteriestam. We gaan dan in een tweede benadering een zogenoemd supervised leeralgoritme inzetten om de computer het resistentiepatroon te leren voorspellen, rechtstreeks vanuit het spectrum. Dit noemen we ‘supervised’ omdat het leert aan de hand van MALDI-TOF-spectra die reeds experimenteel zijn gekoppeld aan een resistentiepatroon.’
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Om dit mogelijk te maken is de reproduceerbaarheid van data heel belangrijk. ‘We moeten dus heel vaak metingen herhalen en een enorme dataset aanleggen.’
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           De verwachting is dat het voorspellend antibioticaresistentiemodel pas na twee jaar gereed zal zijn, maar het moet al wel in de praktijk getest zijn. Cools: ‘The proof of the pudding is in the eating. We moeten het model dus eerst in de praktijk gaan testen. Zodra een patiënt met een bacteriële infectie op bijvoorbeeld de spoedafdeling binnenkomt, zetten we de bacterie op kweek en kijken we na MALDI-TOF en sequencing om welke stam het gaat in ons model. Vervolgens gaan we de antibioticagevoeligheid na op basis van het genetische cluster waartoe de bacterie behoort. De arts behandelt de patiënt nog steeds volgens de uitslag van het antibiogram, maar ondertussen weten wij al of de behandeling aanslaat of niet. Deze procedure wordt heel vaak herhaald, net zolang tot het model zo betrouwbaar is dat het de praktijk in kan.’
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Degroeve voegt toe: ‘Eerst moeten we vertrouwen krijgen met de machine learning en het parallel toepassen naast de normale workflow. Het zou mooi zijn als het gebruik standaard wordt en ook andere labo’s dit systeem gaan maken.’
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;h3&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Direct een behandelplan
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/h3&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Naast het voorspellen van de antibioticaresistentie, is een ander doel van het model het snel ingrijpen bij een uitbraak. Cools: ‘Stel bijvoorbeeld dat er een pasgeboren baby met een superresistente Pseudomonas-infectie in het ziekenhuis ligt. Als een paar dagen later de arts opnieuw een patiënt ontdekt met dezelfde ernstige bacteriële infectie, gaan alle alarmbellen af. De vraag is dan of het toevallig om dezelfde bacterie gaat of dat het een kloon is, ofwel dat de oorspronkelijke bacterie zich verspreid heeft door contaminatie of via de lucht. In het laatste geval moet het personeel direct de patiënt behandelen en afdelingen sluiten voor verdere contaminatie.’ Het model geeft dan direct een behandelplan, in tegenstelling tot een complete genoomanalyse: dat neemt namelijk te veel tijd in beslag.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Doordat antibioticaresistentie alsmaar toeneemt, is het model een welkome aanwinst. ‘En als dit werkt in het UZ Gent, zal het in elk ziekenhuis werken’, besluit Cools.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            Dit artikel verscheen in
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="https://www.sciencelink.net/nieuws-and-verdieping/maldi-tof-spectra-en-ai-voorspellen-bacteriele-resistentie/20361.article" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           vakblad C2W op 17 november 2021
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           .
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;</content:encoded>
      <enclosure url="https://irp.cdn-website.com/md/pexels/dms3rep/multi/pexels-photo-4031434.jpeg" length="154910" type="image/jpeg" />
      <pubDate>Fri, 03 Dec 2021 14:59:02 GMT</pubDate>
      <guid>https://www.bostekstcommunicatie.nl/maldi-tof-spectra-en-ai-voorspellen-bacteriele-resistentie</guid>
      <g-custom:tags type="string" />
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/md/pexels/dms3rep/multi/pexels-photo-4031434.jpeg">
        <media:description>thumbnail</media:description>
      </media:content>
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/md/pexels/dms3rep/multi/pexels-photo-4031434.jpeg">
        <media:description>main image</media:description>
      </media:content>
    </item>
    <item>
      <title>Gratis CRISPR voor een betere wereld</title>
      <link>https://www.bostekstcommunicatie.nl/gratis-crispr-voor-een-betere-wereld</link>
      <description />
      <content:encoded>&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;h3&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Tijdens de opening van het Academisch Jaar maakte Wageningen University &amp;amp; Research bekend dat het gratis licenties op de CRISPR-technologie gaat aanbieden aan non-profit organisaties.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/h3&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;&#xD;
&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           ‘We willen met dit besluit de ontwikkeling van nieuwe, duurzamer voedingsgewassen in een stroomversnelling brengen door toepassing van CRISPR. Zo zijn we een voorbeeld voor andere patenteigenaars’, verklaart John van der Oost, hoogleraar microbiologie aan de Wageningen Universiteit &amp;amp; Research. Hij is een van de grondleggers van CRISPR-Cas en nu ook een van de drijvende krachten achter het initiatief.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Van der Oost kwam op het idee toen hij keek naar een VPRO-uitzending over planten droogteresistent maken, in samenwerking met het International Rice Research Institute (IRRI) in de Filippijnen. Lokale boeren krijgen zo ondersteuning bij de productie van deze gewassen, met als resultaat betere voeding voor een lagere prijs.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           ‘Daarna dacht ik: waarom geven we onze CRISPR-patenten niet gratis weg om dit soort onderzoek lokaal een boost te geven?’ vertelt hij. ‘Non-profit organisaties en de lokale bevolking profiteren hier beiden van. Zeker omdat vooral commerciële partijen geld beschikbaar hebben voor licenties op de CRISPR-patenten (zie kader, red.). Met de contracten die we opstellen, verzekeren we dat onderzoekers geen geld vragen om met de geoctrooieerde technologie planten te verbeteren.’
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;h3&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Honger uitbannen
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/h3&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Als hoger doel streeft Van der Oost ernaar honger de wereld uit te bannen door vooral ontwikkelingslanden toegang te geven tot deze technologie. Onderzoekers kunnen zo plantenziektes voorkomen door genetische aanpassingen en gewassen droogteresistent of zouttolerant te maken, zodat ze beter bestand zijn tegen klimaatverandering. ‘In tegenstelling tot klassieke plantenveredeling kun je met CRISPR-Cas relatief gemakkelijk, snel en nauwkeurig aanpassingen aanbrengen in DNA van planten’, vertelt Van der Oost. ‘Zo is het collega’s gelukt om een wilde tomaat binnen twee jaar zo te veranderen dat het uiterlijk niet te onderscheiden is van de tomaat bij de groenteboer die honderden jaren aan veredeling en mutagenese nodig had, maar met een wezenlijk verschil: de CRISPR-tomaat smaakt beter en heeft een hogere voedingswaarde.’
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;h3&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Complex CRISPR-landschap
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/h3&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Inmiddels zijn er meer dan veertig varianten van het CRISPR-Cas-systeem bekend. Allemaal RNA-eiwitcomplexen met een soms subtiel verschil in structuur of de functie, zodat voor de meeste patenten zijn aangevraagd door ontdekkers. Van der Oost: ‘Wij hebben onze patenten voor het bacteriële enzym ThermoCas9 nu gratis beschikbaar gesteld. Dat is een stabiel eiwit dat met zijn RNA een match kan vinden in het DNA, om vervolgens op die plek te knippen. Tijdens het repareren van de DNA-breuk introduceren we gewenste veranderingen. We proberen de temperatuur waarbij het enzym optimaal functioneert, ongeveer 60°C, te verlagen. In planten zagen we dat ThermoCas9 ook redelijk werkt bij lagere temperaturen. Dat gaan we de komende tijd optimaliseren, zodat het nog beter bruikbaar is om planten te verbeteren.’
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;h3&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Getouwtrek
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/h3&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Vooral buiten Europa zal het beschikbaar stellen van licenties letterlijk en figuurlijk zijn vruchten afwerpen. In de EU valt alle CRISPR-Cas-editing nog steeds onder de ggo-regelgeving, wat een grote belemmering is voor het gebruik in de Europese gewasverbetering. ‘Dit voorjaar kwamen er signalen uit Brussel dat er mogelijk wat gaat veranderen, maar het kan nog jaren duren. Buiten Europa gaan de ontwikkelingen snel verder, dus daar zien we veel kansen voor CRISPR-Cas.’
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Veel patenthouders zetten de techniek commercieel in. Van der Oost: ‘Dat leidt tot veel getouwtrek om de patenten verleend te krijgen en zelfs tot rechtszaken tussen partijen die overlappende belangen hebben. Op zich is er wat voor te zeggen dat uitvinders hun ‘intellectueel eigendom’ zo beschermen en er geld mee verdienen. Maar het mag belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen niet in de weg staan. We moeten proberen daar een balans in te vinden. Ook hopen we de eigenaren van de belangrijkste CRISPR-Cas-patenten mee te krijgen om de snelste vooruitgang in onderzoek te kunnen boeken.’
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           CRISPR patenteren, hoe werkt dat?
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Voor elk nieuw ontdekt gen of eiwit van het CRISPR-Cas-systeem met unieke eigenschappen of toepassingen kan een onderzoeker patent aanvragen. De claims van zo’n patentaanvrager moeten nieuw zijn, dus nog niet gepubliceerd of beschreven zijn in eerdere patentaanvragen. Bij elke gepatenteerde toepassing kan een patenthouder een licentie verlenen aan een gebruiker. Bij commerciële toepassingen moet de licentienemer een overeengekomen vergoeding betalen aan de patenteigenaar.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Wereldwijd zijn er duizenden patenten op verschillende CRISPR-Cas-systemen. Het bekendste systeem, CRISPR-Cas9, is deels in handen van Nobelprijswinnaars Jennifer Doudna (UC Berkeley), Emmanuelle Charpentier (universiteit van Wenen) en Feng Zhang (MIT/Harvard). Vooralsnog heeft het United States Patent and Trademark Office besloten dat Doudna en Charpentier het exclusieve recht hebben om het systeem in bacteriën te gebruiken en Zhang juist in dierlijke of humane cellen en planten, maar er komt nog een herbeoordeling.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Veel licenties zijn daarnaast verkocht aan het bedrijfsleven, waaronder aan spin-out bedrijven die voortvloeien uit deze universiteiten en onderzoeksinstituten.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;</content:encoded>
      <enclosure url="https://irp.cdn-website.com/md/pexels/dms3rep/multi/pexels-photo-2280551.jpeg" length="125472" type="image/jpeg" />
      <pubDate>Thu, 04 Nov 2021 14:45:05 GMT</pubDate>
      <guid>https://www.bostekstcommunicatie.nl/gratis-crispr-voor-een-betere-wereld</guid>
      <g-custom:tags type="string" />
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/md/pexels/dms3rep/multi/pexels-photo-2280551.jpeg">
        <media:description>thumbnail</media:description>
      </media:content>
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/md/pexels/dms3rep/multi/pexels-photo-2280551.jpeg">
        <media:description>main image</media:description>
      </media:content>
    </item>
    <item>
      <title>Voorstadia dikkedarmkanker beter in het vizier</title>
      <link>https://www.bostekstcommunicatie.nl/voorstadia-dikkedarmkanker-beter-in-het-vizier</link>
      <description />
      <content:encoded>&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;h3&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Met nieuwe biomarkers kunnen artsen patiënten met voorstadia van dikkedarmkanker beter opsporen, ontdekten Willemijn de Klaver en Pieter Wisse.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/h3&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;&#xD;
&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           De laatste tien jaar is er veel kennis opgedaan over de aanwezigheid van eiwitten in de ontlasting van patiënten met dikkedarmkanker of voortgeschreden poliepen, het voorstadium van deze ziekte. ‘De samenstelling van eiwitten in ontlasting verschilt tussen gezonde en zieke personen’, vertelt Willemijn de Klaver, promovendus aan zowel het Nederlands Kanker Instituut/Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis (NKI/AvL) als het Amsterdam UMC. ‘We hebben nu een stapsgewijze methode op basis van drie eiwitten ontwikkeld die we multitarget FIT noemen.’ Dit maakt vroegtijdige detectie van voortgeschreden poliepen mogelijk; deze poliepen zijn relatief gemakkelijk te verwijderen. ‘Hiermee verwachten we dat darmkankerincidentie vermindert met zo’n 12% ten opzichte van de huidige screening.’
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;h3&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Verfijning pati
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           ë
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            ntengroep
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/h3&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           In het huidige bevolkingsonderzoek naar darmkanker verwijzen artsen patiënten vanaf een bepaalde hemoglobinewaarde (47 µg Hb/g feces) door voor een coloscopie. De aanwezigheid van hemoglobine betekent dat er bloed in de ontlasting aanwezig is, wat weer kan duiden op poliepen of kanker. Pieter Wisse, eveneens promovendus aan het NKI/AvL en daarnaast aan het Erasmus MC, vertelt: ‘Er was meer verfijning van het bevolkingsonderzoek mogelijk door, naast hemoglobine, twee extra biomarkers te gebruiken.’
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Als extra biomarkers selecteerden Wisse en De Klaver calprotectine, een ontstekingsremmend eiwit, en serpin family F member 2, een bloedstollingseiwit. Wisse: ‘Calprotectine is hoog bij inflammatoire darmziektes en is, na hemoglobine, het tweede eiwit waar we naar kijken in de ontlasting. SerpinF2 is het laatste eiwit dat bepalend is voor een eventuele doorverwijzing voor een coloscopie bij de overgebleven patiënten. Dat gebeurt indien de concentratie van SerpinF2 boven de afkapwaarde ligt.’
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Ze onderzochten ontlastingsmonsters van 1.284 personen op de aanwezigheid van deze eiwitten. Bij al deze personen was, door eerder onderzoek, bekend of er darmkanker of een voorstadium hiervan in de darm aanwezig was. Wisse: ‘Binnen de groep deelnemers die tussen een hoge en lage hemoglobinewaarde invallen, vinden we met deze twee extra biomarkers 35% meer voortgeschreden poliepen. Pure winst.’
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;h3&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Kosteneffectief
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/h3&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Een eerste health technology assessment wijst uit dat de nieuwe methode kosteneffectief kan zijn. ‘Het definitieve antwoord of dat ook werkelijk zo is, laat nog even op zich wachten’, zegt De Klaver. ‘Vanaf eind 2021 gaan we in een vervolgstudie ruim 13.000 deelnemers aan het bevolkingsonderzoek darmkanker uitnodigen om naast de bestaande test ook onze nieuwe mtFIT-methode met drie biomarkers te gebruiken. Dan weten we of het resultaat net zo goed is als wij met onze huidige resultaten voorspeld hebben.’
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            Dit artikel verscheen op de
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="https://www.sciencelink.net/nieuws-and-verdieping/voorstadia-dikkedarmkanker-beter-in-het-vizier/20299.article" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           website van C2W
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           .
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;</content:encoded>
      <enclosure url="https://irp.cdn-website.com/md/pexels/dms3rep/multi/pexels-photo-356040.jpeg" length="232423" type="image/jpeg" />
      <pubDate>Wed, 20 Oct 2021 13:33:59 GMT</pubDate>
      <guid>https://www.bostekstcommunicatie.nl/voorstadia-dikkedarmkanker-beter-in-het-vizier</guid>
      <g-custom:tags type="string" />
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/md/pexels/dms3rep/multi/pexels-photo-356040.jpeg">
        <media:description>thumbnail</media:description>
      </media:content>
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/md/pexels/dms3rep/multi/pexels-photo-356040.jpeg">
        <media:description>main image</media:description>
      </media:content>
    </item>
    <item>
      <title>Uitdagingen bij kwaliteitsnormen in het lab</title>
      <link>https://www.bostekstcommunicatie.nl/uitdagingen-in-het-lab</link>
      <description />
      <content:encoded>&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;b&gt;&#xD;
    
          Medische laboratoria moeten aan één of meerdere kwaliteitsnormen voldoen en behalen daarmee hun accreditatie(s). Welke uitdagingen komen labmedewerkers hierbij tegen, hoe behoud je een hoge kwaliteit en waar let een auditor op?
         &#xD;
  &lt;/b&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    &lt;b&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/b&gt;&#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    
          Elke medisch laborant wereldwijd heeft te maken met de kwaliteitsnorm NEN-EN-ISO 15189, bijzondere eisen voor kwaliteit en competentie, een 64-pagina’s tellend document. Deze norm draait om een kwaliteitsmanagementsysteem en beschrijft standaardisatie van labprocessen, inclusief pre-analytisch werk zoals de monsterafname en logistiek en postanalytische processen zoals de rapportage. Voor test- en kalibratielaboratoria is er de ISO/IEC 17025. Een geaccrediteerd lab mag het accreditatiemerk gebruiken waarmee voor de buitenwereld de kwaliteit van haar producten en diensten vaststaat.
         &#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    &lt;b&gt;&#xD;
      
           Vereenvoudiging
          &#xD;
    &lt;/b&gt;&#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    
          ‘Nederland is altijd koploper geweest in de totstandkoming van kwaliteitsnormen voor medische laboratoria’, zegt Patrick Corstiaans, directeur van Kerteza, advies- en trainingsbureau dat laboratoria begeleidt naar accreditatie en helpt bij norminterpretaties. ‘Wij vertegenwoordigen Nederland mee in de internationale normcommissie via de NEN en verzamelen feedback uit het veld om de ISO 15189 norm mede op te stellen. Dat gebeurt op internationaal niveau.’
         &#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    
          Verder traint Kerteza ook de auditoren van de Raad voor Accreditatie (RvA) die in Nederland de accreditaties afgeeft. Ook was Corstiaans betrokken bij de Nederlandse vertaling van de norm via de NEN. ‘In 2022 volgt weer een nieuwe versie die duidelijker is en met minder details. De oorspronkelijke versie van 2012 is al eens vernieuwd. Het doel is continue vereenvoudiging van het kwaliteitsmanagementsysteem, zodat organisaties het zelf in kunnen vullen toegespitst op de lokale omstandigheden. Een laboratorium in Azië moet er net zo goed mee kunnen werken als een Westers lab.’
         &#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    
          Wat er moet gebeuren om te voldoen aan de norm als geaccrediteerd lab, is bekend bij Eric Claas, moleculair medisch microbioloog en universitair hoofddocent bij het Leids Universitair Medisch Centrum. Op zijn medisch-diagnostisch laboratorium wordt regelmatig getoetst of ze nog aan de norm voldoen. ‘Een uitgebreide audit door de RvA gebeurt eens in de vier jaar, met vervolgens ieder jaar een controlebezoek. Om daar goed op voorbereid te zijn, voeren we zelf interne audits uit. Ons auditteam loopt alle onderdelen van de norm in duo’s langs zodat we alles na vier jaar hebben gehad.’
         &#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    
          Claas geeft toe dat er wel eens wat misgaat in het lab, maar dat dit onderdeel is van het verbeterproces. Als iets structureel voorkomt, dient dat tot aanpassingen in de procedure te leiden. ‘Veel is nog steeds mensenwerk, dus een verkeerde invoer van data of een verkeerde uitslag komen wel eens voor. Door deze afwijkingen te melden, kunnen we ontdekken of iets vaker voorkomt en daarvoor een verbetervoorstel maken.’
         &#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    &lt;b&gt;&#xD;
      
           Scope-element
          &#xD;
    &lt;/b&gt;&#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    
          Een laboratorium vraagt accreditatie aan voor elk scope-element dat het uitvoert. Claas: ‘Vorig jaar hebben we een nieuw scope-element opgevoerd voor identificatie en typering via next generation sequencing. Die zijn geaccordeerd, zodat we deze nieuwe technieken onder accreditatie kunnen gebruiken. Wij passen in het lab nog relatief veel Lab-Developed tests (LDT) toe. Die zijn uitgebreid gevalideerd, zoals geëist wordt in de ISO 15189 norm, en we zetten ze in voor patiëntendiagnostiek. Verder gebruiken we ook commerciële CE-IVD testen, die uitgebreid door de fabrikanten zijn gevalideerd en waar wij nog een beperkte verificatie voor moeten doen. We hoeven alleen aan te tonen dat wij dezelfde resultaten behalen als door de fabrikant beoogd is. Uiteraard moeten we alles goed documenteren en dat allemaal naast het normale werk. De tijd is dus beperkt om alle administratieve processen op orde te krijgen, daar ligt wel een uitdaging.’
         &#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    &lt;b&gt;&#xD;
      
           RvA-controles
          &#xD;
    &lt;/b&gt;&#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    
          ‘Om de zoveel jaar wordt elke norm aangepast en geactualiseerd’, weet Bert Niesters, teamleider en vakdeskundige van de Raad voor Accreditatie en hoogleraar Medische Microbiologie bij het Universitair Medisch Centrum Groningen. Als freelance auditor controleert Niesters of medische (test)laboratoria buiten zijn eigen vakgebied aan de gestelde eisen voldoen. ‘Dat kunnen dus pathologische of klinisch chemische laboratoria zijn, maar geen medische microbiologie. De eerste keer volgt een grote audit van twee dagen waarna bij een akkoord een lab officieel geaccrediteerd is.’
         &#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    
          Niesters benadrukt dat het voor een laboratorium vooral belangrijk is alles goed en correct vast te leggen. ‘We hebben liever een ‘waardeloos’ lab dat alles op schrift heeft, dan dat je zegt over state-of-the-art faciliteiten te beschikken maar het niet aan kunt tonen. Het gaat dus continu om de conformiteit waar we naar op zoek zijn, ofwel: beschrijf je wat je doet en doe je wat je opschrijft?’ Als dat voor een onderdeel in de norm niet zo is, moet het laboratorium binnen zes of twaalf weken met een voorstel komen ter verbetering. ‘Als het dan wel voldoet, geven we alsnog een operationeel akkoord af. Het komt zelden voor, maar als ik het niet vertrouw, ga ik uiteraard langs.’
         &#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    &lt;b&gt;&#xD;
      
           Teveel details
          &#xD;
    &lt;/b&gt;&#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    
          Voor zijn eigen onderzoeksgebied vindt Claas de ISO 15189 soms te ver gaan. ‘Het kwaliteitsdenken heeft onze diagnostiek enorm verbeterd. Alleen zijn we nu op een punt gekomen dat het soms teveel om details gaat. Er zijn normeisen die voor bijvoorbeeld klinische chemie hoogst relevant zijn, maar minder voor microbiologie. Metrologische traceerbaarheid, om meetresultaten te kunnen vergelijken tussen laboratoria, kan ik simpelweg gewoon niet altijd goed bepalen bij een virus- of bacteriedetectie.’
         &#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    
          In de nieuwe versie is risicogebaseerd denken belangrijker, benadrukken zowel Niesters als Corstiaans. Niesters: ‘Vooruitdenken is nodig, beginnend met de grootste risico’s zoals ICT-problemen of stroomuitval. Wat je dan precies doet, hoe groot de risico’s zijn en hoe vaak ze voorkomen moet in detail zijn uitgewerkt. In de nieuwe versie van de ISO 15189 die eraan komt in 2022 wordt dit nog belangrijker.’ Corstiaans voegt toe: ‘De resultaten van je risicoanalyse moeten dan als input dienen om processen in te richten en tegelijk om het kwaliteitsmanagementsysteem te verbeteren.’ Kortom, als je kwaliteit en risicomanagement als last ziet, ben je eigenlijk verloren, besluit Niesters.
         &#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    
          Claas ziet risicomanagement niet als last, maar wel als een grote uitdaging om het in de dagelijkse praktijk door te voeren. ‘We zoeken voortdurend naar zwakke punten in onze logistiek om het werkproces te verbeteren en voeren daarvoor een risico-inventarisatie en -evaluatie uit. Bij elke stap in het proces bekijken we dan wat het risico is dat er iets fout gaat. Op basis van de frequentie, de ernst van de fout en hoe eenvoudig die te detecteren is, komen we tot een risicogetal dat aangeeft of we het direct moeten aanpakken of niet. Bij kleine risico’s besluiten we vaak niets te doen.’
         &#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    &lt;b&gt;&#xD;
      
           Personeel
          &#xD;
    &lt;/b&gt;&#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    
          Het personeel van Claas ervaart dat risicomanagement in de uitvoering weleens onder druk staat. Claas: ‘Een van de grootste uitdagingen is om het hele personeel mee te krijgen in het kwaliteitsdenken. Het blijft persoonsgebonden, de ene persoon toont meer betrokkenheid dan de andere. Zeker als je kijkt naar meldingen maken. Als dat geen prioriteit heeft belemmert dit het verbeterproces. Eerlijk gezegd, zeker in drukke tijden, melden labmedewerkers kleine incidenten niet altijd, de grote gelukkig wel.
         &#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    
          Corstiaans ziet deze uitdaging van het labmanagement veel terug. ‘Wij geven altijd als tip mee om kwaliteitsdenken te integreren in het dagelijkse labwerk. Dat is een geleidelijk proces van cultuurverandering. Vergelijk het met de kwaliteitscontroles die analisten continu uitvoeren na elke handeling. Die zijn zo verweven met het dagelijkse werk dat personeel het niet meer als extra ballast ziet.’ Ook raadt hij te uitgebreide en te gedetailleerde labprotocollen af. ‘Dat zijn vaak draken van documenten en beschrijven bijvoorbeeld letterlijk hoe je moet pipetteren, terwijl je er vanuit mag gaan dat een gediplomeerd analist dat wel weet.’
         &#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    
          Corstiaans ervaart ook dat organisaties worstelen met de vertaling van kwaliteitsnormen naar de dagelijkse praktijk. ‘Wij zien dat veel organisaties labprocessen te moeilijk maken om te voldoen aan kwaliteitsnormen. Dat komt doordat ze soms te weinig bandbreedte geven aan het proces. Verder is de norminterpretatie binnen de eigen context van de organisatie heel belangrijk: niet elke uitwerking geldt in elke organisatie, dat is echt maatwerk. Kortom, als je deze twee zaken als labmanager goed oppakt, ben je al een heel eind.’
         &#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    
          Dit artikel is geplaatst in de
          &#xD;
    &lt;a href="https://www.sciencelink.net/nieuws-and-verdieping/welke-uitdagingen-komen-labmedewerkers-tegen-bij-het-behalen-van-kwaliteitsnormen/20276.article" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           special laboratoriumtechnologie
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    
          van C2W 9 - 17 september 2021.
         &#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;</content:encoded>
      <enclosure url="https://irp.cdn-website.com/md/pexels/dms3rep/multi/pexels-photo-3082451.jpeg" length="118226" type="image/jpeg" />
      <pubDate>Mon, 20 Sep 2021 18:04:39 GMT</pubDate>
      <guid>https://www.bostekstcommunicatie.nl/uitdagingen-in-het-lab</guid>
      <g-custom:tags type="string" />
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/md/pexels/dms3rep/multi/pexels-photo-3082451.jpeg">
        <media:description>thumbnail</media:description>
      </media:content>
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/md/pexels/dms3rep/multi/pexels-photo-3082451.jpeg">
        <media:description>main image</media:description>
      </media:content>
    </item>
    <item>
      <title>Algen op je bord</title>
      <link>https://www.bostekstcommunicatie.nl/algen-op-je-bord</link>
      <description />
      <content:encoded>&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  
         Een nieuwe generatie alternatieve eiwitbronnen komt uit de zee en staat steeds vaker op het menu: micro-algen en zeewier, een macro-alg. Uit consumentenonderzoek van Wageningen University &amp;amp; Research blijkt zelfs dat zeewier op plek drie staat, vlak na vis en peulvruchten, als favoriete vleesvervanger. De supermarkt ligt er nog niet vol mee, valt me op, zo ver is het nog niet. In november 2016 openden de makers van de Dutch Weed burgers wel hun eerste winkel in Amsterdam.
         &#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;b&gt;&#xD;
        
            Zeewierboerderij
           &#xD;
      &lt;/b&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    
          ‘Zeewier is de groente van de toekomst’, opperde staatssecretaris Martijn van Dam enthousiast in april 2017 bij het binnenhalen van de eerste zeewieroogst bij de Scheveningse zeewierboerderij, opgezet door Stichting Noordzeeboerderij zo’n 15 km buiten de kust. Van Dam gaat vijf miljoen euro steken in de ontwikkeling van een duurzame zeewiersector. Verder prijzen bedrijven de zilte groente vooral om de grote hoeveelheid aan eiwitten, ijzer en omega-3-vetzuren. De vraag is wel of al die lof terecht is, omdat in de praktijk de EFSA gezondheidsclaims van algenproducten niet ondersteunt, zoals de misleidende term superfoods voor algen als chlorella en spirulina. En hoe ver zijn bedrijven en onderzoekers eigenlijk zijn met de extractie van hoogwaardige grondstoffen uit zeewier en micro-algen?
         &#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    &lt;b&gt;&#xD;
      
           In de kinderschoenen
          &#xD;
    &lt;/b&gt;&#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    
          Het blijkt dat de bioraffinage van algen voor consumentenproducten in Nederland nog in de kinderschoenen staat. In Azië zijn ze al sinds mensengeheugenis bezig met de extractie van voedingsstoffen uit zeewier, maar Nederland komt pas net om de hoek kijken. Het begin is wel gemaakt, met bijvoorbeeld een goed ontwikkelde extractiemethode om mannitol, een laagcalorische suiker, uit de suikerkelp Saccharina latissima (een bruinwier) te destilleren. Mannitol wordt vaak gebruikt als zoetstof in producten voor diabetici. Maar zeewier volledig inzetten voor de voedingsindustrie lijkt nog ver weg. De productie van biobrandstoffen uit algen is daarentegen verder ontwikkeld op het moment, zoals het Energiecentrum Onderzoek Nederland benadrukt.
         &#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    &lt;b&gt;&#xD;
      
           Kosten
          &#xD;
    &lt;/b&gt;&#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           De kosten voor de zeewierteelt liggen op het moment zo’n zes keer hoger dan de verwachte opbrengst, bleek uit een onderzoeksrapport uit juli 2016 van Deltares, DLO, ECN, MARIN en TNO. Deze organisaties verwachten wel dat nieuwe technologische ontwikkelingen het verschil gaan maken voor optimale winning van grondstoffen en opschaling van de productie, zodat het in de toekomst wel rendabel gaat zijn.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    &lt;b&gt;&#xD;
      
           ​
           &#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            Concurreren
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/b&gt;&#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    
          Volgens Maria Barbosa van het Wageningse AlgaeParc moeten de productiekosten nog flink omlaag, willen voedingswetenschappers met de algenkweek kunnen concurreren met veelgebruikte grondstoffen als soja, palmolie of visolie. Desalniettemin is het wel een innovatief onderzoeksveld dat ik met interesse blijf volgen. Het duurt nog wel even voor we algen en algenproducten massaal in de supermarkt tegenkomen, maar intussen kun je dus wel alvast de zeewierburger uitproberen.
         &#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
  &lt;div&gt;&#xD;
    
          Dit artikel verscheen eerder in andere vorm in C2W Life Sciences.
         &#xD;
  &lt;/div&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;</content:encoded>
      <enclosure url="https://irp.cdn-website.com/md/unsplash/dms3rep/multi/photo-1604687470783-a75d920e80e8.jpg" length="270590" type="image/jpeg" />
      <pubDate>Fri, 16 Jul 2021 11:49:35 GMT</pubDate>
      <guid>https://www.bostekstcommunicatie.nl/algen-op-je-bord</guid>
      <g-custom:tags type="string" />
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/md/unsplash/dms3rep/multi/photo-1592098482278-20c9c9f43835.jpg">
        <media:description>thumbnail</media:description>
      </media:content>
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/md/unsplash/dms3rep/multi/photo-1604687470783-a75d920e80e8.jpg">
        <media:description>main image</media:description>
      </media:content>
    </item>
    <item>
      <title>Covid-19 verspreidt zich via de placenta</title>
      <link>https://www.bostekstcommunicatie.nl/covid-19-verspreidt-zich-via-de-placenta</link>
      <description />
      <content:encoded>&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Inmiddels zijn er enkele onderzoeken verschenen die aangeven hoe het nu precies zit met covid-19 infecties in kinderen. Sommige geven aan dat kinderen minder bevattelijk zijn voor het virus, en de reden waarom is nu ook bekend. Verder hebben Chinezen ontdekt dat het virus ook via de placenta het ongeboren kind bereikt, met alle gevolgen van dien.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           ​
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Uit een recente studie van mei 2020 van de Icahn School of Medicine in New York blijkt dat het aantal ACE (Angiotensin-Converting-Enzyme-2)- receptoren bij kinderen in de neus lager is. ACE-2 receptoren zijn belangrijk voor het goed functioneren van het hart- en vaatstelsel en de nieren door onder andere de bloeddruk te reguleren. Het virus komt de cel binnen via deze receptoren, en een eerste contact met het virus vindt vooral plaats via de neus. Dus alleen al het feit dat kinderen minder van die receptoren op de cellen in de neus hebben, maakt uit in het risico op besmetting.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           ​
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;h6&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Milde klachten
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/h6&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            Eerder werd al in de media geopperd dat kinderen een klein aandeel hebben in het aantal besmettingen, en dat ook het openen van de scholen en kinderopvangcentra op 11 mei 2020 niet zou hebben bijgedragen aan meer coronagevallen. Volgens een
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="/site/6edb0b12null?preview=true&amp;amp;nee=true&amp;amp;showOriginal=true&amp;amp;dm_checkSync=1&amp;amp;dm_try_mode=true&amp;amp;preview=true&amp;amp;nee=true&amp;amp;showOriginal=true&amp;amp;dm_checkSync=1&amp;amp;dm_try_mode=true&amp;amp;dm_device=desktop" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           reviewstudie
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
            (een samenvattende analyse van meerdere onderzoeken) hebben kinderen, die toch besmet zijn, minder symptomen en daarmee ook een kleinere kans dat ze anderen ziek maken. Dat ze een zogenoemde 'superspreader' zijn, zoals in 2020 een volwassene op een feest in Duitsland werd genoemd die een groot aantal besmettingen op zijn geweten had, is hoogst onwaarschijnlijk.
           &#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
      
           In een studie in IJsland bleek dat de meeste besmettingen bij 0 tot 15-jarigen plaatsvonden van ouder op kind, amper van kind op volwassene en nog minder van kind tot kind. Ondanks deze positieve berichten, kunnen kinderen wel degelijk ziek worden en het virus ook overdragen, bleek weer uit andere studies.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;h6&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Diarree
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/h6&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            Kinderen met corona hebben tot nu toe milde klachten laten zien. Ook start de ziekte daar vaak niet in de luchtwegen zoals bij volwassenen meestal het geval is. Een
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="/site/6edb0b12null?preview=true&amp;amp;nee=true&amp;amp;showOriginal=true&amp;amp;dm_checkSync=1&amp;amp;dm_try_mode=true&amp;amp;preview=true&amp;amp;nee=true&amp;amp;showOriginal=true&amp;amp;dm_checkSync=1&amp;amp;dm_try_mode=true&amp;amp;dm_device=desktop" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           Chinese studie
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
            liet zien dat veel kinderen eerst diarree en koorts hadden, dat pas ontdekt werd doordat ze om een andere reden in het ziekenhuis kwamen. Die kinderen kwamen in het ziekenhuis door andere incidenten: een hoofdtrauma of een niersteen. Maar 4 van de 5 kinderen had ook darmproblemen, en daardoor kwam de virusbesmetting aan het licht. Daaruit bleek dat het virus zich mogelijk ook verspreidt via de ontlasting.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Inmiddels is ook bekend dat ook veel volwassenen met Covid-19 darmproblemen hebben, en dat in de darmen dezelfde ACE2-receptoren zitten als in de longen waarmee het virus de cel binnendringt.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;h6&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Via de placenta
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/h6&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            Een
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="/site/6edb0b12null?preview=true&amp;amp;nee=true&amp;amp;showOriginal=true&amp;amp;dm_checkSync=1&amp;amp;dm_try_mode=true&amp;amp;preview=true&amp;amp;nee=true&amp;amp;showOriginal=true&amp;amp;dm_checkSync=1&amp;amp;dm_try_mode=true&amp;amp;dm_device=desktop" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           Amerikaanse studie
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
             roept dat men niet alleen urgentie moet geven aan de ontwikkeling van een vaccin tegen corona in volwassenen, maar ook aan bescherming van het ongeboren kind. Pasgeborenen blijken ook al antilichamen aan te maken tegen het virus. Dat werd gezien bij 2 pasgeboren baby's van 6 gevolgde zwangere vrouwen met covid-19. Via de placenta was de baby dus in ieder geval blootgesteld aan het virus. Al was het virus zelf niet aantoonbaar aanwezig na de geboorte (geen RNA), het immuunsysteem van het kind was wel aan het werk gezet.
            &#xD;
        &lt;br/&gt;&#xD;
        
            Maar het kan erger: het virus kán wel de placenta passeren, en ook pasgeboren baby's ziek maken, bleek
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="/site/6edb0b12null?preview=true&amp;amp;nee=true&amp;amp;showOriginal=true&amp;amp;dm_checkSync=1&amp;amp;dm_try_mode=true&amp;amp;preview=true&amp;amp;nee=true&amp;amp;showOriginal=true&amp;amp;dm_checkSync=1&amp;amp;dm_try_mode=true&amp;amp;dm_device=desktop" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           uit een studie in Wuhan
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           , de stad waar het allemaal begon. Van de 33 geboren kinderen van moeders met corona, bleken 3 kinderen luchtwegklachten te hebben na de geboorte. Op dag 2 en dag 4 na de geboorte kon men het virus terugvinden bij deze baby's. Dus Codiv-19 is ook 'verticaal' overdraagbaar en kan zelfs dan nog ziekte veroorzaken. Of het ook op de lange termijn nog invloed heeft, is niet bekend. Meer onderzoek is nog nodig.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;</content:encoded>
      <enclosure url="https://irp.cdn-website.com/md/unsplash/dms3rep/multi/photo-1533483595632-c5f0e57a1936.jpg" length="69689" type="image/jpeg" />
      <pubDate>Sun, 12 Apr 2020 15:48:38 GMT</pubDate>
      <guid>https://www.bostekstcommunicatie.nl/covid-19-verspreidt-zich-via-de-placenta</guid>
      <g-custom:tags type="string" />
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/md/unsplash/dms3rep/multi/photo-1533483595632-c5f0e57a1936.jpg">
        <media:description>thumbnail</media:description>
      </media:content>
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/md/unsplash/dms3rep/multi/photo-1533483595632-c5f0e57a1936.jpg">
        <media:description>main image</media:description>
      </media:content>
    </item>
    <item>
      <title>Vaccins tegen kanker, kan dat?</title>
      <link>https://www.bostekstcommunicatie.nl/vaccins-tegen-kanker-kan-dat</link>
      <description />
      <content:encoded>&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Kankercellen blijven ons te slim af. Toch is er hoop voor de toekomst. Er zijn namelijk tumorvaccins in de maak om patiënten met kanker te behandelen. Maar werken die wel?
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           ​
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           De eigen afweer inzetten om kanker te overwinnen. Het klinkt heel mooi, maar kankercellen zijn de afweer telkens weer te slim af. Onderzoekers experimenteren daarom met nieuwe vormen van immuuntherapie, zoals vaccins tegen kanker, tumorvaccins genaamd. Joachim Aerts, hoogleraar oncologie en longarts aan het Erasmus MC Kanker Instituut, bevestigt dat die vaccins werken.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           ​
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;h6&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Isolatie
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/h6&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Waar normale vaccins beschermen tegen infecties bij gezonde personen, moeten tumorvaccins juist kankerpatiënten behandelen. Daarbij plaatst de arts stukjes eiwitten of delen van kankercellen terug in de patiënt, die de witte bloedcellen moeten aanwakkeren. ‘Je kunt kankercellen isoleren, in het lab nakijken op mutaties, en de afwijkende stukken eiwit terug inspuiten als vaccin, samen met hulpstoffen die het immuunsysteem aanwakkeren. De kunst is om de juiste eiwitten te vinden waarop de afweer het felst reageert.’ Helaas blijkt de afweerreactie op de ingespoten eiwitten vaak onvoldoende.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           ​
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;h6&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Celtherapie
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/h6&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Aerts diende het afgelopen jaar bij 29 patiënten met asbestkanker een vaccin met cellen toe dat de afweer helpt de kanker te bestrijden. ‘De T-cellen, een belangrijk type witte bloedcellen voor de afweer, moeten de kanker te lijf kunnen gaan. Andere, meer migrerende witte bloedcellen, de dendritische cellen, moeten dan wel eerst met de juiste tumoreiwitten beladen zijn en deze T-cellen activeren. Dat doen we nu door de dendritische cellen te isoleren uit de patiënt en ze te trainen. Daarna kunnen die cellen terug in het lichaam van de kankerpatiënt de T-cellen activeren.’
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           ​
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;h6&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Dendritische cel
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/h6&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Deze techniek is volgens de longarts noodzakelijk bij tumoren die het afweersysteem ernstig onderdrukken, zoals long- en asbestkanker. ‘Het grote voordeel is dat er amper sprake is van bijwerkingen, in tegenstelling tot de nu nog veel toegepaste chemokuren.’
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            Kees Melief, hoogleraar immunohematologie in Leiden, gelooft eerder in het activeren van de dendritische cellen in het lichaam van de patiënt, zodat je ze niet hoeft te isoleren. Hij vaccineert kankerpatiënten met lange eiwitketens, die in combinatie met hulpstoffen in het lichaam de tumoren prima kunnen bestrijden. ‘De vorm van het antigeen (de vreemde stof,
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           red.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           ) maakt waarschijnlijk wel uit voor de effectiviteit van de reactie van het afweersysteem. Wij spuiten lange eiwitketens in. De dendritische cellen in het lichaam pakken die vervolgens goed op. Patiënten met een beginstadium van kanker zijn zo succesvol behandeld.’
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           ​
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;h6&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Ook chemotherapie
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/h6&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Melief gelooft ook in de combinatie van tumorvaccins met chemotherapie, zeker als de kanker in een vergevorderd stadium is. ‘Ik verwacht dat we in de toekomst tumorvaccins steeds meer gaan toepassen. Als er onvoldoende tumor-specifieke T-cellen in de patiënt aanwezig zijn, is een vaccin doorgaans uitermate geschikt. Het kan het aantal T-cellen verhogen, die nodig zijn voor de afweer. De chemotherapie kan dan weer cellen opruimen die de afweer onderdrukken.’ Met zijn eigen bedrijf ISA Pharmaceuticals ontwikkelde Melief zo al succesvol een combinatie­therapie voor patiënten met baarmoederhalskanker.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            Tumorvaccins gaan waarschijnlijk dus wel het verschil maken, alleen of in combinatietherapieën. Aerts durft zelfs te voorspellen dat we kanker mogelijk zelfs kunnen voorkomen. ‘Ik zie het wel gebeuren dat we straks risicopatiënten met een cocktail van tumoreiwitten vaccineren, zodat de eigen afweer direct reageert op een mogelijk beginstadium van kanker.’ Zo ver is de ontwikkeling van tumorvaccins op dit moment echter nog niet. 
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           ​
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Dit artikel verscheen eerder in een andere vorm in 
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="/site/6edb0b12null?preview=true&amp;amp;nee=true&amp;amp;showOriginal=true&amp;amp;dm_checkSync=1&amp;amp;dm_try_mode=true&amp;amp;preview=true&amp;amp;nee=true&amp;amp;showOriginal=true&amp;amp;dm_checkSync=1&amp;amp;dm_try_mode=true&amp;amp;dm_device=desktop" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           C2W Life Sciences
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           . 
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;</content:encoded>
      <enclosure url="https://irp.cdn-website.com/6edb0b12/dms3rep/multi/cells-1872666-Linkedin.jpg" length="120017" type="image/jpeg" />
      <pubDate>Wed, 20 Mar 2019 16:47:17 GMT</pubDate>
      <guid>https://www.bostekstcommunicatie.nl/vaccins-tegen-kanker-kan-dat</guid>
      <g-custom:tags type="string" />
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/6edb0b12/dms3rep/multi/cells-1872666-Linkedin.jpg">
        <media:description>thumbnail</media:description>
      </media:content>
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/6edb0b12/dms3rep/multi/cells-1872666-Linkedin.jpg">
        <media:description>main image</media:description>
      </media:content>
    </item>
    <item>
      <title>CRISPR-Cas in vogelvlucht</title>
      <link>https://www.bostekstcommunicatie.nl/crispr-cas-in-vogelvlucht</link>
      <description />
      <content:encoded>&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Tegenlicht besteedde zondag 25 maart aandacht aan de nieuwe gentechniek CRISPR-Cas. Maar wat ging eraan vooraf? Hoe zijn onderzoekers zo ver gekomen? Duik met me mee de geschiedenis in van deze nieuwe gentechniek.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           ​
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           In mijn studietijd, rond 2005, knutselden we met restrictie-enzymen en ligases, om DNA door te knippen respectievelijk aan elkaar te plakken. Met een plasmide, dat is cirkelvormig DNA van bacteriën, kon je de gewenste stukken doorgeven aan andere organismen. Dat doen bacteriën al sinds mensengeheugenis om zo onderling genen uit te wisselen, bijvoorbeeld genen die beschermen tegen ziekteverwekkers als virussen. Dat is dus hun natuurlijke afweersysteem. Op deze manier verdedigen bacteriën zich al lange tijd tegen virussen; een koud kunstje waarvan biologen sinds de jaren 70 dankbaar gebruik maken in het lab.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           ​
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;h6&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Knip- en plakgereedschap
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/h6&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           In 2005 zagen de Franse yoghurtingenieurs Philippe Horvath en Rodolphe Barrangou van zuivelgigant Danisco dat dit niet het enige afweersysteem was: sommige bacteriën bleken met ander ingebouwd knip- en plakgereedschap specifieke sneetjes te kunnen aanbrengen in het virusgenoom na herhaalde infectie. Dit mechanisme gaat volgens het onderzoeksveld een revolutie ontketenen in de moleculaire biologie; het CRISPR-Cas-systeem.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           ​
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;h6&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Manipulatie
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/h6&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Pas na 2012 ging het balletje rollen met de publicatie in Science van de Amerikaanse Jennifer Doudna en de Franse Emmanuelle Charpentier, toen zij ontdekten dat ze het bacteriële gereedschap zo konden manipuleren dat het met precisie het DNA kon aanpassen. En sindsdien zijn veel andere onderzoeksgroepen ermee aan de slag gegaan, zoals in Nederland de groep van John van der Oost van Wageningen University &amp;amp; Research. Van der Oost komt aan het woord over zijn onderzoek met CRISPR-Cas in de Tegenlicht uitzending. 
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           ​
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;h6&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Muizen genetisch aanpassen
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/h6&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           In Amerika gaat het onderzoek met deze nieuwe gentechniek al het veld in. Sinds 2014 experimenteert Kevin Esvelt, hoofd van de Sculpting Evolution Group bij MIT in Cambridge in de VS, met deze techniek in veldmuizen. Hij wil muizen genetisch zo aanpassen dat ze resistent zijn tegen de daar overheersende Lymebacterie. Dan worden ze dus niet meer ziek en ze kunnen de bacterie dan dus ook niet overdragen na een tekenbeet.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Esvelt wil de muizen in het lab blootstellen aan de Lymebacterie, en daarna de juiste antistoffen isoleren uit de muis. Deze antistoffen moeten andere muizen beschermen tegen de infectie met Lyme. Maar dat wil hij juist bereiken door het gen te vinden dat codeert voor deze stoffen, en dat gen vervolgens met CRISPR-Cas inbouwen in een ander muizengenoom. Vervolgens maakt die andere muis dan ook automatisch deze antistoffen aan, nog voordat hij de Lymebacterie is tegengekomen.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Het eiland Nantucket bij Boston, waar de muizen leven en Lyme een enorme plaag is, lijkt de ideale testomgeving. En ook stuit Esvelt op weinig publieke weerstand bij de eilandbewoners om Lyme te lijf te gaan.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           ​
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;h6&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Soepelere wet
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/h6&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Esvelt heeft bovendien de regelgeving mee, want die is in de VS soepeler. Onderzoekers hoeven geen toestemming te vragen om met de techniek te mogen experimenteren. In Nederland wel, in afwachting van de definitieve uitspraak van het Europese Hof van Justitie. Staatssecretaris Van Dam is alleen voor vrijstelling van nieuwe technieken als CRISPR-Cas in de wetgeving indien de voortgebrachte organismen niet meer risico’s met zich meebrengen dan organismen die met de traditionele technieken zijn voortgebracht. Maar zie daar maar eens onderscheid in te maken. Een hele uitdaging lijkt me dat.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           ​
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;h6&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           En in Nederland?
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/h6&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Het gevolg is wel dat de huidige Nederlandse situatie eerder belemmerend dan bevorderend is voor het onderzoek naar nieuwe gentechnieken. Het zal me niet verbazen als bedrijven en instellingen hun boeltje pakken en hun genetische knutselwerk voortzetten in het buitenland, zoals VVD’er Remco Dijkstra al opperde.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            Dat zou jammer zijn, zo gaat veel Nederlandse kennis de grens over. Daar mag de politiek weleens een stokje voor steken. Tot het zover is, gaan de biohackers rustig verder met knutselen met DNA, zoals ook in de
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;a href="/site/6edb0b12null?preview=true&amp;amp;nee=true&amp;amp;showOriginal=true&amp;amp;dm_checkSync=1&amp;amp;dm_try_mode=true&amp;amp;preview=true&amp;amp;nee=true&amp;amp;showOriginal=true&amp;amp;dm_checkSync=1&amp;amp;dm_try_mode=true&amp;amp;dm_device=desktop" target="_blank"&gt;&#xD;
      
           uitzending van Tegenlicht
          &#xD;
    &lt;/a&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            van zondag 25 maart 2018 te zien is.
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;</content:encoded>
      <enclosure url="https://irp.cdn-website.com/md/unsplash/dms3rep/multi/photo-1532187863486-abf9dbad1b69.jpg" length="239064" type="image/jpeg" />
      <pubDate>Mon, 26 Mar 2018 15:42:45 GMT</pubDate>
      <guid>https://www.bostekstcommunicatie.nl/crispr-cas-in-vogelvlucht</guid>
      <g-custom:tags type="string" />
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/md/unsplash/dms3rep/multi/photo-1532187863486-abf9dbad1b69.jpg">
        <media:description>thumbnail</media:description>
      </media:content>
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/md/unsplash/dms3rep/multi/photo-1532187863486-abf9dbad1b69.jpg">
        <media:description>main image</media:description>
      </media:content>
    </item>
  </channel>
</rss>
